De 10 grootste myths in hardlopen
© CAMPUS

De 10 grootste myths in hardlopen

CL
Door Clément Laborieux

Gepubliceerd op vr 21 augustus 2026

Hardlopen is simpel. Schoenen aan, naar buiten, gáán. Maar achter die schijnbare eenvoud schuilen hardnekkige overtuigingen die van loper op loper worden doorgegeven en de voorbije jaren volop op social media zijn rondgepompt. Myths die je training en je loopstijl echt kunnen sturen. Iedereen kent ze: “je maakt je knieën kapot”, “je moet op de voorvoet landen” of “zonder carbonplaat kun je je PR vergeten”. Alleen vertelt de wetenschap vaak een heel ander verhaal. In dit artikel prikken we 10 hardnekkige runningmyths door, met de wetenschappelijke literatuur als basis. Of je nu net begonnen bent of al jaren marathons loopt: je gaat er iets uithalen.

Mythe #1 — Op de voorvoet landen is de beste pas

We hebben ze allemaal gezien: slow-motionvideo’s van toplopers die het asfalt nauwelijks lijken te raken, alsof ze op hun tenen zweven, licht als Keniaanse gazelles. Denk aan Eliud Kipchoge, met die majestueuze, bijna artistieke pas. En bij veel lopers volgt dan meteen de conclusie: “ik moet ook zo lopen, ik wil ook vliegen.” Alleen zit er één grote denkfout in: je verwart gevolg met oorzaak.

Wat we vergeten: dit zijn profatleten die jarenlang een lichaam hebben opgebouwd dat enorme impactkrachten kan opvangen. Hun kuiten, achillespezen, voeten, enkels: keihard. Niet hun pas maakt hen snel; hun lichaam maakt die pas mogelijk.

Voor de grote meerderheid van de lopers, zeker wie pas op volwassen leeftijd is begonnen, is de beste pas degene die natuurlijk blijft. Volgens La Clinique du Coureur is een voorvoetlanding op papier weliswaar technisch en efficiënt, maar ook het meest veeleisend qua het managen van impactkrachten. Ze verhoogt de belasting op de achterste keten (voetzoolfascia, achillespees, kuiten) én op de voet (metatarsale kopjes, middenvoet). Dat zijn precies de zones die snel blessuregevoelig worden als je te abrupt overschakelt of het slecht begeleidt. Zoals altijd: niet te snel, niet te hard… regels die net zo goed gelden voor tempo’s als voor loopmechanica.

Je loopstijl veranderen is een beetje alsof je je zwemslag aanpast midden in het Kanaal. Het kan, maar het is riskant, het vraagt tijd en progressie, en idealiter professionele begeleiding. Zonder dat is de kans op blessures groot.

De echte vraag is dus niet “wat is de beste pas?” maar “moet ik de mijne echt veranderen?” Zonder pijn en zonder terugkerende blessures is het antwoord waarschijnlijk nee. Er zijn genoeg andere knoppen om aan te draaien om vooruit te gaan in hardlopen.

Nike onthult de nieuwe Eliud Kipchoge-collectie: vier iconische modellen en een filosofie rond collectief, doorgeven en performance.© Nike

Mythe #2 — Hardlopen is slecht voor je knieën

Dit is de klassieker. Die je overal al eens hebt gehoord… in de familie, bij de dokter, op kantoor. “Jij loopt? Pas op met je knieën.” Alleen: hoe wijdverspreid (veel te wijdverspreid…) ook, dit houdt geen stand tegenover de wetenschap.

Meerdere degelijke studies, waaronder één in het Journal of Orthopedic & Sports Physical Therapy, tonen dat regelmatige lopers in werkelijkheid minder knieartrose hebben dan sedentairen of sporters die contactsporten doen. Kraakbeen is, in tegenstelling tot wat we vaak denken, geen passief weefsel dat puur mechanisch “slijt”. Het voedt en versterkt zichzelf door beweging en belasting. Met andere woorden: bewegen, lopen, onderhoudt het.

Wat knieën sloopt is niet hardlopen op zich. Het is te veel, te snel, te vroeg. Een te snelle volumestijging, trainingen die te hard gaan, ongeschikte schoenen, te weinig krachttraining: dát zijn de echte boosdoeners. La Clinique du Coureur hamert daar trouwens op: het overgrote deel van loopblessures komt door planningsfouten in de training, niet door de sport zelf.

Dus nee, hardlopen vernietigt je knieën niet. Integendeel. Maar doseer volume en intensiteit wel slim.

Waarom je je altijd op hetzelfde moment in de marathonvoorbereiding blesseert© Alanis Duc

Mythe #3 — Je moet drinken om krampen te voorkomen

Water, elektrolyten, sportdrank… Als er op km 35 ineens een kramp inschiet, denken we allemaal hetzelfde: “ik had beter moeten hydrateren.” En toch is dat waarschijnlijk ook niet het hele verhaal…

Het is één van de meest hardnekkige overtuigingen in de runningwereld. Zeker bij lopers die hun prestatie willen finetunen. Maar de wetenschap van de laatste jaren heeft dat beeld flink door elkaar geschud. Het onderzoek van Dr. Martin Schwellnus, een wereldreferentie op dit thema, wijst vooral naar een andere oorzaak: neuromusculaire vermoeidheid. Simpel gezegd: het zijn uitgeputte spieren en zenuwen die in de war raken, niet per se een tekort aan water of zout. Een studie bij triatleten vond trouwens geen enkele correlatie tussen dehydratatiegraad en het ontstaan van krampen.

Dat betekent niet dat hydrateren onbelangrijk is. Integendeel: het is cruciaal voor prestaties en ook voor je algemene gezondheid. Alleen: bij krampen moet je eerder richting training kijken. Wat de wetenschap laat zien, is dat kramp vaak je lichaam is dat zegt: we gingen te hard, te ver, zonder voldoende voorbereiding. Dus werk liever aan je conditie, je tempobeheersing en je spierweerbaarheid dan liters elektrolyten weg te tikken…

Marathon: ontdek waarom voeding essentieel is om de man met de hamer te vermijden, je energie op peil te houden en je race te laten slagen, met simpele en concrete tips.© Andros Sport

Mythe #4 — De marathon begint bij km 30

“De race begint pas echt op kilometer 30.” Een zin die je vaak hoort in marathonland, en waarin een kern van waarheid zit… maar ook een flinke valkuil.

Ja, rond km 30 wordt het vaak serieus. Dan beginnen de glycogeenvoorraden echt te haperen, worden de benen zwaar en gaat je hoofd meespelen. Het is vaak het kantelpunt dat je finale bepaalt.

Maar zeggen dat de marathon pas bij km 30 begint, wekt de indruk dat de eerste 30 km een gezondheidswandeling zijn. Terwijl juist daar de laatste kilometers worden gewonnen of verloren. Te hard starten, de voeding verwaarlozen… fouten vóór km 30 zijn heel vaak precies de fouten die later tot ontploffen leiden.

Op de marathon is energiemanagement je belangrijkste performancehefboom, vanaf de eerste seconden. Elke kilometer telt, ook de eerste. Km 30 legt vooral de kwaliteit bloot van je voorbereiding en van hoe je de race bent begonnen.

Marathon de Paris: 10 fouten om te vermijden in de dagen voor de race 2© ASO

Mythe #5 — Ik moet heel hard trainen om beter te worden

Hoe meer ik afzie, hoe meer ik progressie maak. No Pain No Gain. In veel sporten klopt die logica. Maar in hardlopen werkt ze vaak ronduit tegen je.

Het is één van de meest voorkomende valkuilen bij beginners en zelfs bij supergemotiveerde lopers: van elke run een VO2max-training maken, hoogintensieve sessies aan elkaar rijgen, vermoeidheid en spierpijn verwarren met efficiëntie en progressie. Resultaat: overtraining, blessures en soms zelfs een afkeer van lopen.

Voor je aan “snel” denkt, moet je eerst een lichaam bouwen dat die trainingsbelasting aankan. Veel schema’s steunen op intensiteitspolarisatie, zoals het bekende 80/20-model, onder meer populair gemaakt door de Amerikaanse onderzoeker Stephen Seiler. Rustig lopen, dat zijn die 80% waarin je je aerobe basis legt, je cardiale efficiëntie verbetert en je lichaam laat herstellen om tijdens de sleuteltrainingen wél te presteren. Lage intensiteit helpt je ook vooruit met een zo klein mogelijk blessurerisico. Zie rustige duurlopen dus als investeringssessies: makkelijk uit te voeren en de fundering voor alles wat volgt. Zonder die basis is het voor je lichaam lastig om de aanpassingen te maken die nodig zijn om in de intensieve sessies sneller te kunnen.

Kappa keert terug naar running met de Kontroll 2.0, een veelzijdige trainingsschoen voor 100 €. Licht, ademend en met een dynamische EVA-tussenzool, gericht op recreatieve lopers en dagelijkse runs.© KAPPA

Mythe #6 — Zonder carbonschoen kun je niet snel lopen

Sinds de doorbraak van carbonplaten is er razendsnel een nieuwe mythe ontstaan: zonder supershoes kun je niet presteren.

Een carbonplaat kan helpen, ja. Maar het zijn vooral de superfoams eromheen die de loopeconomie verbeteren en de energieteruggave verhogen. Sinds de komst van supershoes in 2017 vallen de wegrecords bij bosjes. Alleen: voor de overgrote meerderheid van de lopers zijn de winstpunten van supershoes veel minder belangrijk dan de basics… Trainingsomvang, kwaliteit van de sessies, slaap, voeding, enzovoort. Een carbonschoen aan de voeten van een slecht voorbereide loper blijft gewoon een slecht voorbereide loper.

Carbonschoenen zijn een tool, geen toverstaf. Sabastian Sawe liep weliswaar onder de 2 uur met supershoes, maar hij traint al jarenlang meer dan 200 km per week. En opvallend: zijn wedstrijdmodel, de adidas Adizero Pro Evo 3, de eerste supershoe onder de 100 gram, had die carbonplaat net vervangen door een ultralicht carbon frame. Nogmaals bewijs dat schoengewicht een performancecriterium nummer één blijft.

Ontdek de hardloopschoenen die het vaakst op het podium stonden bij de marathons van Parijs, Boston en Londen 2025.

Mythe #7 — Hoe meer demping, hoe beter mijn schoen me beschermt tegen blessures

Waarschijnlijk het meest gebruikte marketingargument: hoe dikker het matras, hoe minder pijn. Alleen: het menselijk lichaam is geen twijgje of een vaas die je in bubbeltjesplastic moet wikkelen.

Onderzoek laat zien dat schoendemping geen bewezen effect heeft op het verminderen van blessures. Waarom? Omdat het lichaam zich aanpast. Met een heel zachte, dempende zool verlaagt het automatisch zijn flexibiliteit en zijn eigen spier- en gewrichtsdemping. Bovendien is het nettoresultaat qua impactkrachten vaak vergelijkbaar, ongeacht de dikte van het schuim.

Een maximalistische schoen kan zelfs een risicofactor worden als hij waarschuwingssignalen van je lichaam maskeert. Meer demping betekent niet meer bescherming. Het betekent meer comfort. Dat is niet hetzelfde.

Mythe #8 — Voeding tijdens inspanning is alleen voor elites

“Gels zijn alleen voor de pros.” Klassieke fout van beginners en soms ook van de intermediate loper die zijn behoefte onderschat.

De realiteit is simpel: na 60 tot 75 minuten aanhoudende inspanning begint je lichaam stevig te teren op glycogeen. Elite of niet, de fysiologie is voor iedereen dezelfde. Koolhydraten tijdens inspanning negeren is vragen om hongerklop, een stevige terugval en de beroemde marathonmuur.

Vandaag krijgt dit onderwerp steeds meer aandacht. Experts zijn het opvallend eens: test je voedingsstrategie al in training, niet alleen op racedag. Eten tijdens inspanning is een vaardigheid die je leert en uitprobeert. Ook je maag heeft training nodig om te ontdekken wat bij je past.

Mythe #9 — Je moet stretchen na het lopen

Bijna een universeel loopritueel: je training afronden en er meteen 5 minuten statisch rekken achteraan plakken. Het zit al decennialang in de sportcultuur. Maar eigenlijk is het behoorlijk old school en vooral: het is wetenschappelijk steeds minder te verdedigen.

Recente studies adviseren zelfs het omgekeerde: statisch rekken na inspanning versnelt je herstel niet, vermindert spierpijn niet en voorkomt geen blessures. Een spier die al vermoeid en microbeschadigd is na inspanning extra op lengte trekken, is extra stress waar hij op dat moment niet per se beter van wordt.

Dus wat dan wel? Er zijn genoeg opties om je herstel te boosten: actief herstel (wandelen, fietsen), slaap, hydratie en goede, aangepaste voeding. Stretching heeft zijn plek in een mobiliteitsroutine, maar eerder los van de trainingen en nooit forceren op een warme, vermoeide spier. Kortom: post-run stretchen is een gewoonte die je gerust mag laten liggen…

Mythe #10 — Mensen met overgewicht kunnen niet hardlopen

Deze doet pijn. Niet aan de knieën. In je hoofd. Hoeveel mensen zijn nooit begonnen met lopen door de blik van anderen, of door een mentale blokkade die zegt “dit is niets voor jou”?

De realiteit: er bestaat geen absolute contra-indicatie voor hardlopen die puur met lichaamsgewicht te maken heeft. Studies tonen dat mensen met overgewicht die beginnen met lopen snel vooruitgaan, hun cardiovasculaire conditie verbeteren en enorme fysiologische én psychologische voordelen ervaren.

De nuance, en die is belangrijk: progressie. Een lichaam dat minder gewend is aan hoge impactbelasting heeft tijd nodig om zich aan te passen. Te snel volume opbouwen verhoogt inderdaad het blessurerisico. Maar dat geldt voor iedereen, niet alleen voor mensen met overgewicht. Vermijd te hard, te snel, te vroeg.

La Clinique du Coureur benadrukt dit punt ook: het lichaam past zich aan de belasting aan, zolang je het de tijd geeft. Start met afwisselen van wandelen en lopen, doe parallel krachttraining en bouw geleidelijk op: dat is de sleutel voor een gezonde, blessurearme aanpak.

Hardlopen is universeel. Voor iedereen. Zonder uitzondering.

Bonus — 3 extra myths voor onderweg

“Je móét absoluut volledige rustdagen nemen”
Complete rust was lang de norm. Vandaag kiezen we vaker voor actief herstel: een rustige fietstocht, zwemmen, wandelen. Die activiteiten stimuleren de doorbloeding beter dan totale rust, ideaal om spierpijn te temperen zonder extra impact en mechanische stress. Maar let op: echte volledige rust blijft nuttig bij blessure of diepe vermoeidheid. Er bestaat geen vaste wet.

“Een marathon is gewoon een halve marathon x2”
Was het maar zo simpel. Op papier verdubbelt de afstand, klopt. In je benen is het een totaal ander verhaal. Een halve marathon loop je rond je lactaatdrempel: intens en lang vol te houden, maar pittig. In aanpak en training lijkt het uiteindelijk vaker op een stevige 10 km dan op een marathon. De marathon gaat na km 30 een andere dimensie in: glycogeen raakt op, de benen zijn leeg en je hoofd moet het overnemen. Een halve kan een paar kilometer echt pijn doen, maar op de marathon kan die pijn lang duren, heel lang… En dan is er nog voeding: op de marathon is het een centrale factor, in tegenstelling tot de halve, en het kan op zichzelf al je race doen kantelen. Afstand verdubbelen is dus niet automatisch inspanning verdubbelen. Het zijn gewoon twee verschillende disciplines die om een andere aanpak vragen. Wie ze allebei heeft gelopen, weet dat.

“Lange afstand is voor mannen”
De voorbije jaren zien we het peloton steeds meer vervrouwelijken. Heel goed nieuws, al blijven vrouwen op de lange afstanden nog ondervertegenwoordigd. En toch: hoe langer het format, hoe kleiner het verschil met mannen lijkt te worden. Een studie uit 2023, met bijna 1,9 miljoen lopers in 221 landen tussen 1989 en 2021, analyseerde de prestaties van mannen en vrouwen op afstanden van 25 tot 260 km. Resultaat: hoe langer de afstand, hoe kleiner de prestatiekloof. Op ultra-afstanden hijgen vrouwen de mannen in de nek en soms gaan ze erover. Dat zagen we onlangs bij de Cocodona 250, een ultra-trail van 400 kilometer in de Verenigde Staten, waar Rachel Entrekin het algemeen klassement won en een nieuw parcoursrecord neerzette. De verklaring ligt deels in een betere vaardigheid om een lange inspanning te managen: efficiënter “brandstofbeheer”, minder geneigd om te hard te starten en mogelijk beter bestand tegen diepe spiervermoeidheid. Kwaliteiten die op lange duur gigantisch tellen. Dus nee, running is geen mannensport. Verre van. Het is misschien zelfs net dé sport waarin vrouwen meer en meer voordeel halen naarmate de afstand langer wordt.

Er blijven in hardlopen heel wat overtuigingen rondspoken… Het goede nieuws: wetenschap en gezond verstand wijzen meestal dezelfde kant op. Slim, progressief trainen en luisteren naar je lichaam is veel effectiever dan vasthouden aan tradities uit een ander tijdperk of hypes die vooral door marketing zijn opgeblazen. En ja: je hebt geen schoenen van €300 of een “perfecte” pas nodig om plezier te hebben in running. Je hoeft ook geen modellichaam te hebben om een loper te zijn. Je moet vooral gewoon de deur uit durven en je loopschoenen aantrekken. En ondanks alle vooruitgang en de technologische tijd waarin we leven: vergeet niet dat hardlopen een simpele sport is, en dat het dat ook mag blijven…

➜ Bekijk de marathonkalender

Meer artikelen