‘Ik wilde de wedstrijd organiseren waar ik zelf van droomde’: de afdaling van de Transhumance Classic maakt Aubrac wakker
Op de open, zinderende wegen van Aubrac past de Transhumance Classic in geen enkel klassiek hokje. Een dalende 10 kilometer, een dorpssfeer en een eenvoudige belofte: loop zonder druk en blijf daarna nog even hangen. Théo Mazars en zijn team blazen een verdwijnende traditie nieuw leven in en geven het hardlopen weer de geur van een dorpsfeest.
Op papier klinkt het idee bijna te eenvoudig. Tien kilometer. Een weg die daalt. Een dorp aan de finish. Maar in een tijd waarin hardloopevenementen steeds strakker worden georganiseerd, gelabeld en gestandaardiseerd, kiest de Transhumance Classic bewust de andere kant. Geen parcours dat voor televisie is geoptimaliseerd, geen startvakken op rangorde. Alleen een startlijn, een peloton en een weg die voor je uit loopt. Een gelijkmatige afdaling van ongeveer 3%, zacht genoeg om je te laten meenemen en snel genoeg om toptijden aan te scherpen zonder diep te moeten gaan.
Eind mei trekken de iconische Aubrac-koeien naar de zomerweiden en luiden ze, bijna symbolisch, het seizoen op de hoogvlakten in. Een paar weken later sluit de Transhumance Classic zich bij diezelfde beweging aan. Op zaterdag 27 juni zijn het niet alleen hoeven die je voorbij ziet komen. Dan nemen hardloopschoenen het over.
‘Alles is aanwezig voor scherpe tijden, maar je moet het wel met een knipoog bekijkenThéo Mazars, de organisator van de wedstrijd. De slogan ‘de snelste 10 kilometer van Frankrijk’ amuseert, prikkelt en trekt deelnemers aan. En op het parcours is hij niet volledig uit de lucht gegrepen. Lopers die normaal rond de 34 à 35 minuten uitkomen, winnen hier soms twee tot drie minuten. Een andere manier om de inspanning te benaderen, minder frontaal en bijna euforisch. Maar wie de Transhumance Classic reduceert tot een jachtterrein voor een persoonlijk record, mist de essentie.
Terug naar de essentie van een dorpswedstrijd
Alles begint met een eenvoudige vaststelling. Bijna nostalgisch, maar zonder bitterheid. ‘Toen ik klein was, waren er in de zomer nog behoorlijk wat wedstrijden in de dorpen, herinnert de voorzitter van Aux Courses Running Club zich. Toen hij ouder werd, verdwenen ze. In een paar jaar tijd veranderde het landschap. Er kwamen steeds meer trails, grote wedstrijden namen meer ruimte in en kleine lokale evenementen verdwenen langzaam van de radar. Toen ontstond het idee. Een wedstrijd terugbrengen naar een plek waar alles ooit vanzelf sprak: Laguiole (Aveyron), het dorp van zijn grootouders dat bekendstaat om zijn messen, midden in Aubrac. Geen kopie van vroeger, maar een versie die bij vandaag past.
‘Het doel was dat iedereen zonder stress en zonder gedoe aan de start kon staan, benadrukt een van de makers van ‘Caviar’, een maatschappelijk magazine over voetbal. Geen prestatiedruk, geen onuitgesproken verplichtingen. Alleen een uitnodiging. Het resultaat overstijgt al snel wat ze voor ogen hadden. Ervaren asfaltlopers staan naast deelnemers die nog nooit een startnummer hadden opgespeld. Sommigen ontdekken hier, bijna toevallig, zelfs het hardlopen. ‘We hebben behoorlijk wat deelnemers die nog nooit eerder een startnummer hadden en sindsdien zijn gaan hardlopen.’
Een afdaling om anders te lopen
Het parcours wordt zo een hefboom. Niet alleen om de aandacht te trekken, maar ook om de drempel te verlagen. De afdaling maakt de wedstrijd toegankelijker en tegelijk aantrekkelijker. Ze verandert de verhouding tot de inspanning. Je ondergaat haar niet, je beweegt met haar mee. ‘Het is gemiddeld 3% en die helling blijft superregelmatig, legt de 28-jarige loper uit. Je kunt voluit gaan zonder je knieën kapot te lopen.’ Een technisch detail, maar wel een doorslaggevend detail. Waar sommige afdalingen je benen slopen, blijft deze vloeiend. Je benen draaien snel, maar het gevoel blijft beheersbaar. Tot de laatste kilometers, wanneer de inspanning zich toch weer laat voelen. Aan de finish praat bijna niemand over afzien. Wel over het plezier van een wedstrijd die anders aanvoelde.
Maar de Transhumance Classic stopt niet aan de finish. Eigenlijk begint het daar pas. Op het dorpsplein slaat de sfeer om. De hardloopschoenen maken plaats voor tafels. De bevoorrading wordt een evenement op zich, met lokale brioche, vleeswaren, kaas en bier. Alles komt uit het dorp of de omgeving. ‘We willen echt honderd procent lokaal werken: partners, producten én vrijwilligers.’ Het evenement staat niet los van de streek. Het is ervan afhankelijk en geeft er tegelijk iets voor terug. Een weekend lang groeit het dorp uit zijn voegen. Met alle begeleiders erbij verdubbelt de bevolking bijna. ‘Vorig jaar waren we in het weekend met bijna duizend mensen, in een dorp van 1.200 inwoners. ’ Hardlopen wordt zo weer wat het soms dreigt te vergeten. Een collectief moment.
‘Ik wil dat het een dorpswedstrijd blijft’
Het succes is er. 150 deelnemers bij de eerste editie, daarna meer dan 300 en dit jaar, op 27 juni, naar verwachting zo’n 400. Een duidelijke groei, zeker in Aveyron, een departement waar het een uitdaging blijft om deelnemers te trekken. Maar de ambities slaan niet door in grootheidswaanzin. ‘Boven de 500 vraagt het om een heel andere organisatie, zegt de inwoner van Millau die naar Marseille verhuisde. En ik wil dat het een dorpswedstrijd blijft.’
Geen wedloop om groter te worden. Geen ambitie om van het evenement een machine te maken. De uitdaging is subtiel: blijven groeien zonder de ziel kwijt te raken. Die nabijheid, eenvoud en het gevoel dat alles binnen handbereik blijft. Zelfs de financiële keuzes volgen die logica. ‘We zouden winst kunnen maken, maar dat is niet het doel. We investeren liever in kwaliteit en beleving.’ Een betaalbaar startnummer, lokale partners, korte ketens. Het model zou meer kunnen opleveren, maar dat heeft geen prioriteit.
Het is meer een wedstrijd om plezier te maken en uit te lopen, eventueel voor Strava, dan voor je FFA-resultaat.
Achter de Transhumance Classic schuilt ook een bredere vraag. Wat gebeurt er met het hardlopen? Hoe vind je de balans tussen prestatie, plezier en toegankelijkheid? De tijd doet er natuurlijk toe. Strava is nooit ver weg. Maar hij bepaalt niet alles. ‘Het is meer een wedstrijd om plezier te maken en uit te lopen, eventueel voor Strava, dan voor je FFA-resultaat.’ Een vrijere benadering, waarbij je voor een record kunt komen, maar net zo goed voor een mooi moment. Uiteindelijk begint alles bij een eenvoudige, bijna persoonlijke wens. ‘Ik wilde de wedstrijd organiseren waar ik zelf van droomde.’ Een afdaling die je benen bevrijdt. Een dorp dat je net wat langer vasthoudt dan gepland. En daartussen een wedstrijd die eraan herinnert dat hardlopen soms niets extra’s nodig heeft om indruk te maken.