Onderzoek: nieuwe hardloopverslaafden, waarom beginnen ze en waarom houden ze niet meer op?
© ASO

Onderzoek: nieuwe hardloopverslaafden, waarom beginnen ze en waarom houden ze niet meer op?

SL
Door Sabine Loeb

Gepubliceerd op wo 9 september 2026

Bijgewerkt op wo 9 september 2026

Vroeger was een paar meter rennen om de bus te halen genoeg beweging voor de dag. Nu stapel je trainingen en wedstrijden op elkaar en ben je er trots op dat je een regelmatige loper bent geworden. Maar heb je je ooit afgevraagd wat je echt aan het lopen houdt, en hoever dat gaat? Achter passie schuilt soms een diepgewortelde gewoonte, of zelfs een afhankelijkheid. Marathons.com onderzocht waarom we onze hardloopschoenen aantrekken.

Een analyse aan de hand van de verhalen van drie nieuwe ‘hardloopverslaafden’ en de inzichten van een sportarts en ultraloper, expert bij La Clinique du Coureur, wereldwijd toonaangevend op het gebied van blessurepreventie en -behandeling bij hardlopen.

In dit artikel wordt de term ‘verslaafden’ bewust wat overdreven gebruikt. We behandelen hier geen bigorexia, de afhankelijkheid van lichaamsbeweging, maar hebben het over mensen die al enkele jaren hardlopen, niet noodzakelijk elke dag, en er niet meer zonder kunnen.


Je stond niet bepaald te springen om op school te trainen voor die beruchte sessie van 3 × 500 meter. Ook de verhalen van vrienden over het plezier van hun laatste intervaltraining konden je niet echt overtuigen. Een paar meter rennen om de bus te halen was jouw enige duurloop van het jaar. Tot je op een dag zin kreeg om naar buiten te gaan en te gaan hardlopen. Misschien onder invloed van iemand uit je omgeving, misschien omdat je gezonder wilde leven. De redenen verschillen en zijn persoonlijk. Inmiddels ben je die drempel over. Je bent niet langer gewoon een ‘zondagsjogger’. Je hebt meerdere wegwedstrijden uitgelopen en loopt regelmatig. Maar heb je je al eens afgevraagd of je niet wat vaak traint? En waar die vaste gewoonte vandaan komt? Als je dat al hebt gedaan, des te beter: misschien heb je de oorsprong van die band al onderzocht en nagedacht over je verhouding tot het hardlopen, dat je dagelijks leven ritme geeft, je drijft en je soms sterk en levend doet voelen. Zo niet, dan is dit het ideale moment om erbij stil te staan.

We dachten dat hardlopen een tijdelijke hype was, maar het bleek een veel diepere beweging

Of je nu bent begonnen dankzij een bevriende loper, een groep collega’s die elkaar uitdaagde of simpelweg omdat je meer wilde bewegen en je hoofd leeg wilde maken: zodra je de wereld van het hardlopen binnenstapt, is het lastig om er weer uit te komen…

In haar boek Les Enfants d’Achille et de Nike buigt sociologe Martine Segalen zich over de lastige vraag of hardlopen een ‘hype’ is. Je zou kunnen denken dat beginners snel hun interesse verliezen, gas terugnemen en stoppen, uit luiheid, verveling of behoefte aan iets nieuws. Zodra de euforie van het begin wegebt, gaat de vooruitgang trager en sluipt de routine erin.

In de jaren 70 werd gezegd dat hardlopen een modeverschijnsel zou zijn, een kortstondige rage zonder toekomst, zoals de hoelahoep of de populariteit van buttons. Wat een vergissing! Meer deelnemers! Meer kilometers! Meer wedstrijden, langere afstanden, meer lopers. In de jaren 90 had het gewone hardlopen niets van zijn oorspronkelijke vaart verloren: het combineerde een feestelijk en sportief karakter’, schrijft ze in het hoofdstuk ‘Volkswedstrijden voor gewone lopers’. En ze kreeg gelijk: het fenomeen is alleen maar groter geworden, tot grote vreugde van nieuwkomers die deze wereld ontdekten.

Vandaag spreken we duidelijk van een fenomeen, zelfs van een door sociale media aangewakkerde hardloopbeweging. Mode duurt per definitie maar een tijdje. Volgens de Larousse is mode een ‘manier van leven en gedrag die bij een bepaalde tijd en een bepaald land hoort’. Een fenomeen houdt daarentegen stand. Het is een ‘waarneembaar feit, in het bijzonder in zijn ontwikkeling of als uiting van iets anders’. Het gaat om ‘een sociale constructie van het einde van onze twintigste eeuw’, schreef Martine Segalen in 1994.

© ASO

Fitheid en gezondheid als vertrekpunt

Een van de belangrijkste drijfveren achter hardlopen is simpelweg gezondheid. Bewegen om je beter te voelen. De oproep om ‘lichamelijk actief te zijn’ is niet nieuw, maar klinkt vandaag anders. Misschien omdat sociale media die boodschap versterken, of omdat deze tijd ons ertoe aanzet beter naar ons lichaam te luisteren. Een gezonde levensstijl behouden en goed voor jezelf zorgen door te bewegen zijn inmiddels stevig ingeburgerde ideeën. Gelukkig maar, gezien de aanbevelingen van ANSES, het Franse agentschap voor voedsel-, milieu- en arbeidsveiligheid. Dat adviseert vijf keer per week 30 minuten cardiotraining, één à twee keer spierversterking en enkele sessies lenigheid als aanvulling.

Door al die adviezen voelen mensen zich bijna verplicht om te gaan sporten. ‘Als ik de hele dag niets doe maar wel ga hardlopen, voel ik me minder schuldig’, vertelt Léonore, een vrouw uit de voorsteden die graag uitgaat. Hardlopen hielp haar een evenwicht te vinden tussen haar leven als jongvolwassene en haar lichamelijke welzijn. En en passant houdt ze er haar figuur mee op peil. Hardlopen helpt om de controle over je lichaam terug te krijgen. Colin zag al snel lichamelijke vooruitgang. Hij voelde dat hij slanker werd en zijn spieren sterker. Zijn vriendin Julie vertelt: ‘Het deed hem enorm goed. Hij werd plots heel sportief en voelde zich veel beter in zijn vel’. De twee gezondheidsaspecten, een betere conditie en aandacht voor het uiterlijk, hangen dus nauw samen. Voor veel mensen is het hardlopen precies wat die twee met elkaar verzoent.

Een razendsnelle vooruitgang vanaf het begin

Naast de zichtbare effecten op het lichaam beloont hardlopen inspanning snel. Zoals schrijfster en loopster Martine Segalen het beschrijft: ‘De liefde die de loper voor het lopen voelt, krijgt hij dubbel en dwars terug, want je kunt heel snel vooruitgaan’, zeker als beginner. In een week van vijf naar vijftien minuten hardlopen gaan, maakt echt verschil. Je vooruitgang voelen, wakkert de behoefte aan om nog beter te worden.

Beginners leren al snel hun ademhaling te beheersen, terwijl de duur en het tempo van hun trainingen verbeteren. Iedereen herkent dat. ‘In het begin deed mijn borst en rug behoorlijk pijn, maar hoe meer ik liep, hoe minder pijn ik had. Ik ging heel snel vooruit, dat voelde geweldig. Het speelde mee dat ik eerst zo weinig kon en kort daarna al zoveel meer. Daar werd ik trots op’, vertelt Julie, die een jaar loopt. Léonore vult aan: ‘In het begin is het ontzettend stimulerend, omdat je geen idee hebt welke afstand je aankunt. Hoe vaker je het doet, hoe langer en sneller je loopt’. Een training levert dus bijna altijd voldoening op. Soms ontstaat zelfs een gevoel van kracht: ‘Het doet mentaal goed om een training af te ronden en je sterk te hebben gevoeld.

De loper is na afloop van zijn tocht altijd tevreden. Hij heeft de lengte en snelheid afgestemd op zijn plannen. Een sympathieke sport dus, die de loper in haar netten kan vangen. Want vooruitgang bereik je alleen door trouw te blijven: je moet vaak lopen en steeds langer, vooral wanneer grote wedstrijden dichterbij komen: 20 kilometer, halve marathons, marathons’, schrijft Martine Segalen in het hoofdstuk ‘De loper, een sociaal en gezelschapsmens’. Die observatie wordt gedeeld door dokter Schmitt, die onlangs een jonge patiënt zag die pas drie maanden liep en al 40 kilometer per week aflegde. ‘In het begin is er veel ruimte voor progressie. Mensen die de smaak te pakken krijgen, gaan te snel vooruit.

Hij waarschuwt voor de mogelijke gevolgen van een te snelle opbouw: ‘Dat is voor mij het grootste probleem. Vaak zijn het mensen die al fit zijn, heel snel de voordelen van hardlopen zien en zich te snel doelen stellen die te groot en te ambitieus zijn. Ik hoor vaak: “Ik loop nu zeven maanden en wil een marathon doen.” Ze lopen die marathon en komen daarna bij me omdat ze geblesseerd zijn. Daar gaat het mis’. Het lichaam moet tijd krijgen om zich aan te passen, inclusief kraakbeen, pezen en spieren. Zo niet, dan liggen blessures snel op de loer: scheenbeenklachten, fasciitis plantaris of patellofemorale pijn. ‘Dat zijn in grote lijnen de drie klachten die we het vaakst zien bij beginnende lopers.

© Kenzo Mabeno

Tot de eerste 10 kilometer en daarna de eerste halve marathon…

Zodra beginners een eerste grens hebben overschreden, belanden ze snel in de maalstroom van getimede wegwedstrijden. ‘Een wedstrijd is zowel de handeling van het lopen als een competitie over een bepaalde afstand en een bepaald parcours. Van lopen naar een wedstrijd is maar een kleine stap’, zegt Martine Segalen. Soms zet een vriend, familielid of collega die stap. ‘Ik begon te lopen omdat ze op mijn werk een 10 kilometer wilden doen, in de veronderstelling dat we een dag zouden spijbelen (lacht). Ik dacht: ik moet maar beginnen trainen, anders sla ik een flater’, zegt Léonore openhartig. Daarna hielp de voorbereiding op een halve marathon haar om het ritme vast te houden. De ene wedstrijd leidt naar de volgende, en dat is vaak precies wat de motivatie gaande houdt, zelfs midden in de winter. ‘Aan de start staan met een startnummer op je buik vat de voorafgaande trainingsinspanning samen en geeft die een plek’, analyseert Martine Segalen.

Soms is het een meer individuele motivatie die iemand ertoe brengt een eerste startnummer te kopen. Colin, een bergbewoner, droomde ervan te gaan trailrunnen, een lokale sport die hem aanvankelijk ingewikkeld leek. Daarom begon hij met wegwedstrijden om een goede conditie op te bouwen. ‘Ik was een wandelaar, maar voelde de behoefte om meer kilometers af te leggen. Op termijn wilde ik de weg achter me laten en me volledig op trails richten. Maar ik vond het zo leuk om doelen op de weg voor te bereiden, verder en sneller te gaan, dat ik uiteindelijk besloot ermee door te gaan’, vertelt hij. Inmiddels heeft hij ongeveer tien wedstrijden van 10 kilometer gelopen.

Deze zogenoemde ‘gewone’ lopers doen volgens Martine Segalen mee aan ‘volkswedstrijden’, omdat ze duizenden deelnemers aantrekken. Ze willen niet in de eerste plaats een toptijd neerzetten of winnen. Voor hen ‘ligt de reden om te lopen in het lopen zelf. Dat sluit competitie, een uitdaging aan jezelf of aan je kameraden overigens helemaal niet uit’. In veel gevallen is ‘het wedstrijdplan zelf de aanleiding voor het ontstaan van de groep’.

Anderen zien lopen kan de zin wekken om het zelf ook te proberen. Martine Segalen legt het treffend uit: ‘Volkswedstrijden pretenderen een pedagogische waarde te hebben: iedereen kan doen wat wij doen. Maar je moet wel beginnen, de beproeving van de eerste kilometer aangaan, en daarna die van vijf kilometer. Zodra die eerste lichamelijke ervaring achter de rug is, wordt het des te makkelijker om de oefening regelmatig te herhalen, omdat die individuele beweging deel uitmaakt van een krachtige collectieve beweging’. Anders gezegd: als je eenmaal begonnen bent, wil je ondanks de inspanning opnieuw. Om beter te worden natuurlijk, maar ook omdat je wordt meegesleept door die collectieve dynamiek.

Een onmiskenbaar gemeenschapsgevoel

Hardlopen verbindt. De laatste tijd schieten loopgemeenschappen als paddenstoelen uit de grond en alles nodigt uit om je erbij aan te sluiten. Zelfs als je niet in een groep loopt, blijft hardlopen een gedeelde sport: met vrienden, familie of onbekenden die je tijdens evenementen ontmoet. ‘Elke wedstrijd is een gelegenheid voor sociale contacten; elke loper die het asfalt op gaat, draagt wezenlijk bij aan de ziel van de stad. Hij is een van de “anoniemen”, maar tegelijk ook deelnemer en toeschouwer van een modern sportspektakel, een snelle pelgrim van de 21e eeuw, gedragen door het plezier van deelname en gestimuleerd door de energie die zich door de keten van lopers verspreidt’, theoretiseert Martine Segalen.

Haar woorden klinken door in het verhaal van Léonore: ‘Ik ben dol op de sfeer bij wedstrijden, het is echt ongelooflijk!’ Ze is nog helemaal onder de indruk van haar ervaring in Rome met haar collega’s en omarmt de feestelijke sfeer rond deze evenementen. Maar bovenal zal deze wedstrijd dankzij haar kleine groep een blijvende herinnering zijn.

In het hardlopen zit een heel sterk gemeenschapsgevoel. Het is fijn om deel uit te maken van een gemeenschap. Je ontmoet onbekenden, praat over het lopen en leert daar veel van anderen over’, erkent Julie. Deel uitmaken van die gemeenschap als finisher van je eerste wedstrijd is spannend, maar ook bijna gewoon geworden, gezien de honderdduizenden lopers die elk jaar starten. Het grote aantal wedstrijden maakt die ervaring gewoner, terwijl ze voor sommigen toch een echte prestatie blijft.

Ik zeg altijd dat de mens geen grens heeft. Er zijn mensen die 500 kilometer kunnen lopen, maar je moet gewoon naar je lichaam luisteren.

Yann Schmitt, arts gespecialiseerd in hardlopen

De welzijnskick die je blijft stimuleren

De aanmaak van endorfine, die pijn vermindert en tijdens de inspanning een gevoel van welzijn verspreidt, dopamine, die vrijkomt wanneer je een doel bereikt of op een beloning anticipeert, en serotonine, die structuur geeft aan je dagelijks leven en na de inspanning je stemming stabiliseert, speelt een doorslaggevende rol in de behoefte om te blijven lopen. Omdat je je na een training beter voelt, denk je dat je morgen opnieuw wilt gaan… Ook al vraagt het soms moed om de deur uit te gaan en in de regen, het donker of de kou te lopen. ‘Hardlopen wordt dan een mentale gebeurtenis en niet langer alleen een lichamelijke. Het speelt zich voortdurend af in het hoofd van degene die besluit opnieuw naar buiten te gaan en opnieuw te trainen’, schrijft Guillaume Le Blanc in het hoofdstuk ‘Verslaafd’ van zijn filosofische essay Courir : Méditations métaphysiques.

Léonore loopt bijna een jaar en heeft op 19 oktober haar eerste halve marathon in 1:52 gelopen. ‘Ik ergerde me aan mensen die zeiden: “Je zult zien, het wordt een verslaving”, maar eigenlijk voel ik me er echt goed door. Na het werk of een avond uit maakt het mijn hoofd echt schoon.’ De jonge vrouw uit de regio Parijs is niet de enige die dat gevoel na het lopen ervaart. Colin, die in de buurt van Annecy woont, heeft hardlopen sinds twee of drie jaar in zijn agenda opgenomen en houdt eraan vast, omdat ‘het momenten van ontsnapping, mentale rust en ontspanning zijn’.

Waar je ook woont, een frisse neus halen doet altijd goed, zeker na een dag op kantoor. ‘Ik hou erg van de natuur en van alles wat buiten gebeurt. Ik vind dat geweldig’, zegt Léonore, die deze discipline nog volop ontdekt. ‘Ik breng veel meer tijd door in de bergen en zie meer landschappen’, zegt Colin enthousiast, blij dat hij meer van zijn leefomgeving geniet.

Volgens een enquête van de Fédération Française d’Education Physique et de Gymnastique Volontaire (FFEPGV), dit jaar uitgevoerd met Ipsos France, vindt 91 procent van de Fransen dat sporten een positief effect heeft op het mentale welzijn. Martine Segalen vat het evenwicht tussen het lichamelijke en psychologische aspect goed samen: ‘Of deze sport nu met mate of overmatig wordt beoefend, hij verandert de dagelijkse cultuur en maakt deel uit van een project dat het welzijn wil verbeteren en de monotonie van het alledaagse wil doorbreken.

Een sport die voor iedereen en overal toegankelijk is

Hardlopen heeft als voordeel dat het een van de meest toegankelijke sporten is. Zowel de voorbereiding is eenvoudig, want een paar hardloopschoenen en geschikte kleding volstaan, als de omstandigheden waarin je kunt trainen: alleen of met anderen, wanneer je wilt en zo lang als je wilt, zonder dat je naar een specifieke accommodatie hoeft.

Tijdens zijn consulten vertellen patiënten van Yann Schmitt, sportarts in Straatsburg, vaak dat ze begonnen omdat ‘het minder tijd kost dan andere activiteiten’. Hij legt uit: ‘Als je 20 minuten wilt hardlopen, trek je je schoenen aan, loop je naar beneden en sta je op straat. Je loopt 20 minuten. Bij zwemmen moet je eerst ergens naartoe, je omkleden, zwemmen en daarna douchen.

© ASO

Ook financieel blijft hardlopen een betaalbare sport wat uitrusting betreft. ‘Je kunt een trailrunner zijn die 1000 euro uitgeeft aan een horloge, schoenen van 300 euro draagt en voor 1500 euro aan kleding aan heeft, maar ook iemand die loopt in het sportshirt dat iedereen heeft, een gewone short en hardloopschoenen van Decathlon of Intersport’, benadrukt de arts, die zelf ook ultraloper is.

Deze sport past bij elk niveau en elke leeftijd, en dat verklaart haar brede succes. Martine Segalen sluit haar sociologische en antropologische essay dan ook af met deze woorden: ‘Over leeftijden en sociale klassen heen stelt hardlopen zwaarlijvigen, trage lopers en minder jonge mensen in staat te tonen wie ze zijn. Door hun lichaam terug te winnen, heroveren ze de stad en nemen die even over van de auto’s. Ze keren de stad binnenstebuiten en maken haar opnieuw menselijk dankzij de oudste antropologische activiteit.

‘Luisteren naar jezelf’ om het vol te houden

Al die elementen zorgen ervoor dat hardlopen, ondanks de tijd en energie die het vraagt, uitnodigt om vol te houden. De argumenten die ons vroeger tegenhielden, ‘het is saai, niet leuk en niet voor iedereen’, houden geen stand meer. Vandaag trekken de toegankelijkheid, het lichamelijke en mentale welzijn, het gemeenschapsgevoel en de drang om steeds beter te worden mensen aan. Of je nu simpelweg frisse lucht wilt inademen of je training bezweet wilt beëindigen, de vrijheid is groot.

Voor deze voormalige beginners draait het niet langer om zich koste wat kost vast te klampen aan de sport. Het belangrijkste is nu blessures voorkomen, zodat ze een activiteit die met goede bedoelingen begon niet hoeven stil te leggen. Voor Léonore is haar hardloopschoenen aantrekken ‘natuurlijk’, bijna een reflex zodra ze bij iemand ‘op de bank neerstrijkt’. Colin kan zich niet voorstellen zonder hardlopen te moeten, met zijn drie tot vier trainingen per week. Julie, die een jaar geleden dankzij hem begon, voelt zich slecht als ze vijf dagen achter elkaar niet loopt. Nadat ze onlangs geblesseerd raakte, doet ze het rustiger aan en wisselt ze verschillende sporten af.

Hardlopen wordt aanbevolen en zelfs dagelijks lopen kan prima. Yann Schmitt, die zowel beginners als ervaren lopers begeleidt, ziet daar geen probleem in. ‘Mensen die hun gezondheid ruïneren omdat ze elke dag lopen, doen dat omdat ze niet naar zichzelf luisteren. Ze worden erg moe of krijgen pijn, maar blijven op dezelfde manier lopen. Dan ontstaan er natuurlijk klachten. Maar iemand die elke dag een beetje loopt, heeft geen enkel probleem. Het lichaam reageert beter op dagelijkse prikkels dan op af en toe een zware belasting’.

Ultraloper Stéphanie Gicquel, die bijdraagt aan wetenschappelijk onderzoek, stelt dat ‘hardlopen geen enkel risico inhoudt als je het goed doet’. Liever elke dag een beetje lopen dan twee keer per week met grote uitschieters. ‘Gezondheid gaat voor’, herinnert dokter Schmitt ons eraan. Hij hamert bij nieuwe patiënten die advies vragen op preventie. ‘Ik geef ze geen recept, maar wel een gereedschapskist waarmee ze de waarschuwingssignalen leren herkennen.

© ASO

Het risico op een blessure ontstaat door een te zware belasting, te veel trainingen of te ambitieuze doelen. Dokter Schmitt pleit voor een geleidelijke opbouw: ‘In het begin lopen mensen vooral meer volume. Ze gaan steeds meer lopen omdat ze merken dat ze langere afstanden of langer achter elkaar aankunnen. Ik zeg vaak dat ze in het begin hun vleugels kunnen verbranden. Je moet echt proberen de 10%-regel te respecteren. Het blijft de regel van langzaam maar zeker’. Daarnaast raadt hij krachttraining aan. Zoals ultraloopster Stéphanie Gicquel zegt, moet hardlopen ‘worden ondersteund, anders kan het destructief worden’. Yann Schmitt legt uit dat ‘krachttraining een groot verschil maakt tussen lopers van twintig jaar geleden en die van nu, zelfs op professioneel niveau. Iemand die veel krachttraining voor de benen doet, aangevuld met algemene krachttraining, loopt zeker veel minder blessures op dan iemand die dat niet doet.

En bovenal is het belangrijkste ‘naar jezelf luisteren’. Hij blijft dat advies herhalen, want het is de beste manier om lichamelijke problemen te voorkomen en lang door te gaan. ‘Ik zeg altijd dat de mens geen grens heeft. Er zijn mensen die 500 kilometer kunnen lopen, maar je moet gewoon naar je lichaam luisteren.’ Je kunt beter een training of loop inkorten dan je situatie verergeren. ‘Als je merkt dat je tijdens een training geen pijn had, maar de volgende ochtend wakker wordt met pijn op een plek waar je de dag ervoor geen last had, heb je te veel gedaan. Dan moet je een of twee stappen terug. Je moet ervan uitgaan dat je de volgende dag lichamelijk fit genoeg bent om dezelfde training opnieuw te doen’. Naar jezelf luisteren dus, en je lichaam leren kennen. Stéphanie, houdster van het Franse record op de 24 uur op de baan, weet daar alles van. Ze vertelt dat ze nog altijd gevolgen ondervindt van een knieschijfbreuk. ‘Dat weerhoudt me er niet van om te blijven lopen, omdat ik precies weet welke massages en rekoefeningen ik moet doen. Als je je lichaam heel goed kent, maak je je minder zorgen.

In de jaren 90 en 2000 ontstonden veel mythes over de risico’s van hardlopen. ‘Op een bepaald moment werd hardlopen afgeraden omdat men zei dat het artrose en rugproblemen veroorzaakte. Maar de opvattingen zijn volledig veranderd. Wat de rug betreft weten we dat mensen die lopen hun tussenwervelschijven versterken, waardoor die van betere kwaliteit zijn. Het vertraagt ook het ontstaan van artrose’, zegt Yann Schmitt.

Stéphanie Gicquel voegt toe: ‘Vaak wordt gezegd dat hardlopen slecht is voor de gewrichten, maar het helpt osteoporose tegen te gaan, vooral bij vrouwen in de mastercategorieën. Op de weg lopen leert je rechterop te lopen en het bekken goed achterover te kantelen. Dat helpt bij je lichaamshouding en zelfs in het dagelijks leven.’ Hardlopen is tegenwoordig dus helemaal niet meer verboden. Je moet de sport gewoon aanpassen, bijvoorbeeld door je loopstijl of training bij te sturen. ‘Je moet de patiënt altijd aanmoedigen en niet zeggen: “Het is voorbij, je mag niet meer lopen.” Anders blokkeren de echte liefhebbers.’

Ze trokken hun hardloopschoenen aan om hun hoofd leeg te maken, stoom af te blazen of gewoon te ontdekken hoe het voelde. En ze zijn nooit meer gestopt. Want met elke stap werd hardlopen veel meer dan een sport. Een gewoonte, een houvast, soms zelfs een kleine, bewuste verslaving. Het kalmeert en daagt tegelijk uit, brengt mensen samen en kan toch ook afzonderen. Zolang je maar weet wanneer je gas moet terugnemen. Want hardlopen betekent niet alleen sneller of verder gaan, maar ook leren luisteren, ademen en je levend voelen.

Ontdek de marathonkalender.


Sabine LOEB
Journalist

Meer artikelen