Het project ‘Enraciné’ van Pierre Destailleur: 20 marathons in 23 dagen voor meer bewustwording rond bodemgezondheid!

SL
Door Sabine Loeb

Gepubliceerd op wo 9 september 2026

Bijgewerkt op wo 9 september 2026

Het project ‘Enraciné’ van Pierre Destailleur: 20 marathons in 23 dagen voor meer bewustwording rond bodemgezondheid!

De 32-jarige Pierre Destailleur gaat een buitengewone uitdaging aan: ‘Enraciné’, een sportief en geëngageerd avontuur om aandacht te vragen voor de gezondheid van de bodem. Als lid van de beweging Sport Planète staat deze liefhebber van duursport klaar om meer dan 800 kilometer af te leggen: 23 dagen lang elke dag een marathon, van Lille naar Orléans, met een opvallende tussenstop in Nancy. Op 16 september klinkt het startschot van deze ecologisch bewuste odyssee. Een looptocht in dienst van de planeet, die even inspirerend als impactvol belooft te worden.

Kun je iets vertellen over je sportieve achtergrond?

Ik heb eigenlijk mijn hele leven wel aan sport gedaan. Ik heb een handicap: mijn linkeronderarm ontbreekt. Ik ben begonnen met tennis, dat heb ik tien jaar gedaan. Ik slaagde erin om met mijn stomp te serveren. Achttien jaar lang probeerde ik mijn handicap te vergeten. Daarna ben ik gaan voetballen, dat was al wat makkelijker, en uiteindelijk bij het hardlopen terechtgekomen. Ik heb aan paratriatlon gedaan en merkte daarbij dat ik niet dezelfde mogelijkheden had als anderen. Vandaag ben ik, dankzij de voorzieningen in Frankrijk en de Paralympische Spelen, trots op mijn handicap.

Wat wil je met dit avontuur bereiken?

Ik wil verschillende betrokkenen ontmoeten, zoals wetenschappers, lokale overheden, burgers en landbouwers, om te praten over de uitdagingen rond het gebruik van de bodem. Ook de functies en ecosysteemdiensten van bodems komen wetenschappelijk aan bod. Het doel is om een breed beeld te geven van de problemen binnen dit domein. Dat ik sport inzet om deze boodschap uit te dragen, is op zichzelf ook een boodschap. Uiteindelijk wil ik beleidsmakers bewustmaken, zodat zij over alle nodige informatie beschikken om op een positieve manier over dit onderwerp te communiceren en er blijvend werk van te maken.

Was er een specifiek moment waarop je besloot je in te zetten voor het behoud van de bodem?

Mijn belangstelling voor bodems komt voort uit mijn opleiding als landbouwkundig ingenieur. Het is een passie. Toen ik de cijfers onder ogen kreeg, belandde ik in een periode van eco-angst. Studeren heeft me geholpen. Maar het was essentieel om ook in actie te komen. Het probleem is dat je niet altijd weet hoe. Nadat ik me vier jaar lang voor mijn vereniging had ingezet en een carrièreswitch had overwogen, voelde ik me nog steeds verlamd zolang er geen concrete actie kwam. Dit project geeft me nieuwe energie. Dit avontuur bij me, omdat ik altijd op zoek ben naar nieuwe verhalen. Ik had me geen betere begeleiding kunnen wensen dan die van Uni-Vert Sport, dat één gezondheid voorstaat: die van mens én planeet.

Je hebt ervoor gekozen om elke dag een marathon te lopen, een fysieke uitdaging van formaat. Waarom wilde je het zo intensief aanpakken?

Ik heb ervoor gekozen om elke dag een marathon te lopen om me 40 kilometer te verplaatsen en tegelijk het langzame tempo te promoten, terwijl ik mensen uit het werkveld ontmoet. Het gaat niet om prestaties, maar om te laten zien dat je ook gewoon lopend van A naar B kunt gaan. Tegelijk wil ik de uitdagingen onder de aandacht brengen en aantonen dat iemand met een handicap deze uitdaging kan aangaan.

Elke dag een marathon lopen is een stevige uitdaging, toch?

Zeker. Ik heb al eens 100 kilometer gelopen en meerdere marathons afgewerkt, maar nog nooit zoveel in zo’n korte tijd. Ik denk dat het mogelijk is, omdat anderen het ook hebben gedaan, zoals Nicolas Vandenelsken, die meer dan 110 marathons achter elkaar liep. Ik heb drie rustdagen ingepland om te herstellen of mensen uit het werkveld te ontmoeten. Ik leg mezelf telkens een start- en eindpunt op. Omdat ik maar één arm heb, neem ik een sportieve kinderwagen mee. Zo blijf ik zelfstandig en kan ik overal komen.

Hoe bereid je je project voor?

Ik gebruik de software OpenRunner om mijn trajecten te plannen, met aandacht voor de afstand en een veilige route. De meeste wegen zijn goed beschermd, maar ik loop ook door steden. Als ik vroeg op pad ga, zorg ik daarom voor goede verlichting. Ik ben me bewust van de risico’s. Tegelijk kan ik zo lokale initiatieven onder de aandacht brengen, zoals veilige fietspaden en oversteekplaatsen. Nu mijn route vastligt, neem ik contact op met de mensen die ik wil spreken om hun over het project te vertellen en de uitdagingen waarmee zij te maken hebben zichtbaar te maken. Ik plan een passage door Nancy, waar de Université de Nancy-Lorraine gespecialiseerd is in bodems, door Orléans met INRAE en AFES, en door Bure, om belangrijke spelers uit het domein te ontmoeten.

Naast elke dag een marathon te lopen, wil je onderweg ook mensen ontmoeten. Je dagen zullen dus goed gevuld zijn. Hoe ziet zo’n dag er concreet uit?

Ik reken op vijf à zes uur per marathon. Als ik op een dag geblesseerd ben en 40 kilometer moet wandelen, geef ik mezelf daar uiteraard veel meer tijd voor. Ik sta om zes uur op, vertrek om zeven uur en kom aan het begin van de middag aan. Daarna kan ik op adem komen en mensen uit het werkveld ontmoeten. Ik ben van plan bij mensen thuis te slapen. Ik neem contact op met burgemeesters en sportclubs, en hun reacties zijn behoorlijk positief. In kleinere steden ontmoet ik burgercollectieven, scholen en scholieren. In de grote steden, zoals Troyes, Reims en Nancy, wil ik zes korte video’s maken met de mensen die ik ontmoet. Na het avontuur kan ik die gebruiken tijdens lezingen en om jongeren bewust te maken.

Heb je een budget voor je avonturen uitgetrokken?

Ja. Mijn grootste kosten zijn de video’s en de methodologische gids, plus het materiaal. De sportieve kinderwagen kost bijvoorbeeld ongeveer €500. Voor elk project is hetzelfde budget beschikbaar, dat aan onze respectieve verenigingen wordt uitgekeerd. Ik heb ook personeelskosten voorzien voor de communicatiestagiair van mijn vereniging. Die helpt me samen met de vrijwilligers om contact op te nemen met de mensen die bij mijn project betrokken zijn. Enraciné is mijn project en houdt me in het weekend en ’s avonds bezig, maar ik draag het niet alleen. Daarin schuilt de kracht van het collectief.


Pierre Destailleur wil zo veel mogelijk mensen bewustmaken, want de gezondheid van de bodem blijft bij het grote publiek grotendeels onbekend.

Volg zijn dagelijkse voortgang op Instagram (@Pierre_enracine) en lees meer over de uitdagingen rond bodems op LinkedIn (@Pierre Destailleur). Bekijk ook de video’s waarin lokale spelers die zich inzetten voor het behoud van de bodem in beeld worden gebracht.

De 32-jarige Pierre Destailleur gaat een buitengewone uitdaging aan: ‘Enraciné’, een sportief en geëngageerd avontuur om aandacht te vragen voor de gezondheid van de bodem. Als lid van de beweging Sport Planète staat deze liefhebber van duursport klaar om meer dan 800 kilometer af te leggen: 23 dagen lang elke dag een marathon, van Lille naar Orléans, met een opvallende tussenstop in Nancy. Op 16 september klinkt het startschot van deze ecologisch bewuste odyssee. Een looptocht in dienst van de planeet, die even inspirerend als impactvol belooft te worden.


Kun je iets vertellen over je sportieve achtergrond?

Ik heb eigenlijk mijn hele leven wel aan sport gedaan. Ik heb een handicap: mijn linkeronderarm ontbreekt. Ik ben begonnen met tennis, dat heb ik tien jaar gedaan. Ik slaagde erin om met mijn stomp te serveren. Achttien jaar lang probeerde ik mijn handicap te vergeten. Daarna ben ik gaan voetballen, dat was al wat makkelijker, en uiteindelijk bij het hardlopen terechtgekomen. Ik heb aan paratriatlon gedaan en merkte daarbij dat ik niet dezelfde mogelijkheden had als anderen. Vandaag ben ik, dankzij de voorzieningen in Frankrijk en de Paralympische Spelen, trots op mijn handicap.

Wat wil je met dit avontuur bereiken?

Ik wil verschillende betrokkenen ontmoeten, zoals wetenschappers, lokale overheden, burgers en landbouwers, om te praten over de uitdagingen rond het gebruik van de bodem. Ook de functies en ecosysteemdiensten van bodems komen wetenschappelijk aan bod. Het doel is om een breed beeld te geven van de problemen binnen dit domein. Dat ik sport inzet om deze boodschap uit te dragen, is op zichzelf ook een boodschap. Uiteindelijk wil ik beleidsmakers bewustmaken, zodat zij over alle nodige informatie beschikken om op een positieve manier over dit onderwerp te communiceren en er blijvend werk van te maken.

Was er een specifiek moment waarop je besloot je in te zetten voor het behoud van de bodem?

Mijn belangstelling voor bodems komt voort uit mijn opleiding als landbouwkundig ingenieur. Het is een passie. Toen ik de cijfers onder ogen kreeg, belandde ik in een periode van eco-angst. Studeren heeft me geholpen. Maar het was essentieel om ook in actie te komen. Het probleem is dat je niet altijd weet hoe. Nadat ik me vier jaar lang voor mijn vereniging had ingezet en een carrièreswitch had overwogen, voelde ik me nog steeds verlamd zolang er geen concrete actie kwam. Dit project geeft me nieuwe energie. Dit avontuur past bij me, omdat ik altijd op zoek ben naar nieuwe verhalen. Ik had me geen betere begeleiding kunnen wensen dan die van Uni-Vert Sport, dat één gezondheid voorstaat: die van mens én planeet.

Je hebt ervoor gekozen om elke dag een marathon te lopen, een fysieke uitdaging van formaat. Waarom wilde je het zo intensief aanpakken?

Ik heb ervoor gekozen om elke dag een marathon te lopen om me 40 kilometer te verplaatsen en tegelijk het langzame tempo te promoten, terwijl ik mensen uit het werkveld ontmoet. Het gaat niet om prestaties, maar om te laten zien dat je ook gewoon lopend van A naar B kunt gaan. Tegelijk wil ik de uitdagingen onder de aandacht brengen en aantonen dat iemand met een handicap deze uitdaging kan aangaan.

Elke dag een marathon lopen is een stevige uitdaging, toch?

Zeker. Ik heb al eens 100 kilometer gelopen en meerdere marathons afgewerkt, maar nog nooit zoveel in zo’n korte tijd. Ik denk dat het mogelijk is, omdat anderen het ook hebben gedaan, zoals Nicolas Vandenelsken, die meer dan 110 marathons achter elkaar liep. Ik heb drie rustdagen ingepland om te herstellen of mensen uit het werkveld te ontmoeten. Ik leg mezelf telkens een start- en eindpunt op. Omdat ik maar één arm heb, neem ik een sportieve kinderwagen mee. Zo blijf ik zelfstandig en kan ik overal komen.

Hoe bereid je je project voor?

Ik gebruik de software OpenRunner om mijn trajecten te plannen, met aandacht voor de afstand en een veilige route. De meeste wegen zijn goed beschermd, maar ik loop ook door steden. Als ik vroeg op pad ga, zorg ik daarom voor goede verlichting. Ik ben me bewust van de risico’s. Tegelijk kan ik zo lokale initiatieven onder de aandacht brengen, zoals veilige fietspaden en oversteekplaatsen. Nu mijn route vastligt, neem ik contact op met de mensen die ik wil spreken om hun over het project te vertellen en de uitdagingen waarmee zij te maken hebben zichtbaar te maken. Ik plan een passage door Nancy, waar de Université de Nancy-Lorraine gespecialiseerd is in bodems, door Orléans met INRAE en AFES, en door Bure, om belangrijke spelers uit het domein te ontmoeten.

Naast elke dag een marathon te lopen, wil je onderweg ook mensen ontmoeten. Je dagen zullen dus goed gevuld zijn. Hoe ziet zo’n dag er concreet uit?

Ik reken op vijf à zes uur per marathon. Als ik op een dag geblesseerd ben en 40 kilometer moet wandelen, geef ik mezelf daar uiteraard veel meer tijd voor. Ik sta om zes uur op, vertrek om zeven uur en kom aan het begin van de middag aan. Daarna kan ik op adem komen en mensen uit het werkveld ontmoeten. Ik ben van plan bij mensen thuis te slapen. Ik neem contact op met burgemeesters en sportclubs, en hun reacties zijn behoorlijk positief. In kleinere steden ontmoet ik burgercollectieven, scholen en scholieren. In de grote steden, zoals Troyes, Reims en Nancy, wil ik zes korte video’s maken met de mensen die ik ontmoet. Na het avontuur kan ik die gebruiken tijdens lezingen en om jongeren bewust te maken.

Heb je een budget voor je avonturen uitgetrokken?

Ja. Mijn grootste kosten zijn de video’s en de methodologische gids, plus het materiaal. De sportieve kinderwagen kost bijvoorbeeld ongeveer €500. Voor elk project is hetzelfde budget beschikbaar, dat aan onze respectieve verenigingen wordt uitgekeerd. Ik heb ook personeelskosten voorzien voor de communicatiestagiair van mijn vereniging. Die helpt me samen met de vrijwilligers om contact op te nemen met de mensen die bij mijn project betrokken zijn. Enraciné is mijn project en houdt me in het weekend en ’s avonds bezig, maar ik draag het niet alleen. Daarin schuilt de kracht van het collectief.


Pierre Destailleur wil zo veel mogelijk mensen bewustmaken, want de gezondheid van de bodem blijft bij het grote publiek grotendeels onbekend.

Volg zijn dagelijkse voortgang op Instagram (@Pierre_enracine) en lees meer over de uitdagingen rond bodems op LinkedIn (@Pierre Destailleur). Bekijk ook de video’s waarin lokale spelers die zich inzetten voor het behoud van de bodem in beeld worden gebracht.