De grenzen van het menselijk lichaam op de marathon: ‘We hebben nog niet alles verkend en verrassingen zijn niet uitgesloten’, zegt Guillaume Millet

JT
Door Julia Tourneur

Gepubliceerd op wo 9 september 2026

Bijgewerkt op wo 9 september 2026

De grenzen van het menselijk lichaam op de marathon: ‘We hebben nog niet alles verkend en verrassingen zijn niet uitgesloten’, zegt Guillaume Millet

Nu de records op de mythische marathonafstand elkaar in hoog tempo opvolgen, blijft één vraag overeind: hoe ver kan het menselijk lichaam gaan? Guillaume Millet, inspanningsfysioloog en hoogleraar aan de Université Jean Monnet in Saint-Étienne, werpt er zijn licht op. Als voormalig ultraloper en pionier in het onderzoek naar de grenzen van het uithoudingsvermogen ontleedt hij de factoren die de moderne prestaties bepalen: technologische innovaties, mentale voorbereiding en tempostrategieën. Maar achter de tijden en podiumplaatsen herinnert deze bevlogen onderzoeker ons eraan dat lichaamsbeweging bovenal een krachtige motor voor de gezondheid blijft.

Een gesprek met Guillaume Millet, wiens visie verder reikt dan cijfers en prestaties.


Wat houdt inspanningsfysiologie in en wat kan die betekenen in de jacht op records en steeds betere prestaties?

Inspanningsfysiologie bestudeert hoe het menselijk lichaam functioneert tijdens beweging. We onderzoeken de acute veranderingen die optreden wanneer het lichaam beweegt en de chronische aanpassingen die het door training ondergaat. We proberen te begrijpen hoe het lichaam reageert. In zekere zin bestuderen we de grenzen van het lichaam. De fysiologie kan atleten en coaches bijvoorbeeld inzicht geven in de factoren die de prestaties bepalen.

Welke eigenschappen heb je nodig om sneller én langer te lopen?

Dat kan eigenlijk niet: het is het een of het ander. Snel lopen en lang lopen vragen namelijk om kwaliteiten die lijnrecht tegenover elkaar staan. Als we naar marathonsnelheid kijken, heb je een hoge VO2max nodig, dus een groot hart en bloed dat rijk is aan rode bloedcellen. Daarnaast moet je gedurende de hele afstand een hoog percentage van die VO2max kunnen volhouden. Anders gezegd: je hebt een grote motor nodig en moet die 42,195 km lang op hoge toeren laten draaien. Om in de autometafoor te blijven, is het ook belangrijk dat je weinig brandstof verbruikt, oftewel zuinig met energie omgaat. Bij hardlopers spreken we over de energetische kost, die onder meer afhangt van biomechanische factoren en de uitrusting.

 Er zal altijd vooruitgang worden geboekt. Elke parameter wordt geoptimaliseerd en nauwlettend onderzocht om de prestaties te verbeteren.  

Guillaume Millet

Staan mannen en vrouwen op gelijke voet?

Nee, de belangrijkste reden is dat vrouwen een lagere VO2max hebben dan mannen. De beste vrouwen zullen de beste mannen nooit verslaan. Daar komt bij dat vrouwen, zelfs de slankste, altijd een hoger vetpercentage hebben dan de slankste mannen. Op de marathon zal de vrouwelijke elite de mannelijke elite nooit voorbijsteken. Dat neemt niet weg dat vrouwen dichter bij mannen komen naarmate de afstand langer wordt.

In 2019 liep Eliud Kipchoge in Wenen als eerste een marathon onder de twee uur (1:59:40). Had hij dat record zonder externe hulp, zoals een afgesloten parcours en tempomakers, kunnen vestigen?

Nee, want de drafting waarvan hij profiteerde was echt optimaal georganiseerd. Alles was zorgvuldig uitgedacht: hij werd omringd door tempomakers die de wind braken en kreeg onderweg bevoorrading aangereikt vanaf een fiets, zodat hij bij de bevoorradingsposten niet hoefde te vertragen. Naar schatting leverde die hele opzet hem ruim meer op dan de twintig seconden die hem van de twee uur scheidden.

Hebben Afrikaanse atleten meer fysieke aanleg om sneller te lopen?

Daarover wordt binnen mijn vakgebied nog altijd gediscussieerd. Ze domineren de marathonwereld overduidelijk. Naar mijn idee speelt om te beginnen een cultureel aspect mee. In Afrika neemt atletiek een centrale plaats in. Atleten worden daar beschouwd als de ‘Zidanes’ van Frankrijk. Dat zorgt ervoor dat ze meer trainen. Ik kan moeilijk geloven dat er helemaal geen fysieke aanleg in het spel is. Deze atleten hebben een lage energetische kost en zijn vaak klein en slank gebouwd, met relatief weinig spiermassa. Ook de hoogte kan in hun voordeel werken, al is dat nog niet bewezen. Het gaat dus om een combinatie van factoren, zonder doping te vergeten, die deze dominantie helaas gedeeltelijk kan verklaren.

Kunnen materiaal, voeding en andere factoren vandaag nog voor nieuwe records zorgen?

We hebben nog niet alles verkend en verrassingen zijn niet uitgesloten. Kijk naar schoenen: wie had tien jaar geleden gedacht dat je dankzij deze super shoes zoveel tijd kon winnen? Nike bracht uiteindelijk de Vaporfly 4 uit, met een nieuwe plaat van carbonvezel en vooral een nieuw materiaal en een nieuwe vorm. Het staat vast dat er morgen nog betere schoenen zullen zijn. Voor voeding geldt hetzelfde. Op de markt zijn energiegels verkrijgbaar waarmee je meer koolhydraten per uur kunt opnemen. Er zal altijd vooruitgang worden geboekt. Elke parameter wordt geoptimaliseerd en nauwlettend onderzocht om de prestaties te verbeteren. Natuurlijk wordt elke seconde steeds moeilijker te winnen, maar de tijden zullen blijven dalen. Het grote thema van dit moment in de marathon is duurzaamheid, of veerkracht. Anders gezegd: hoe kun je op de marathon een hoger percentage van je VO2max volhouden en hoe zorg je ervoor dat je energetische kost door vermoeidheid zo weinig mogelijk oploopt?

Moeten we blij zijn met die permanente jacht op records?

Dat is een filosofische vraag waarop het antwoord wat mij betreft niet zo zwart-wit is. Als je het bekijkt vanuit de jacht op records, vanuit het steeds meer dat we in onze consumptiemaatschappij zien, vind ik het zinloos. Maar als je kijkt naar de vooruitgang die dit voor een grote groep mensen oplevert, ligt het anders. In de jacht op records kan onderzoek naar de verbetering van bepaalde parameters ook de medische wetenschap vooruithelpen. Alles wat we doen om training te optimaliseren, kan van nut zijn voor patiënten die eveneens aan lichaamsbeweging moeten doen om gezonder te worden. In die zin is de jacht op records nuttig. En voor sommige atleten betekent die jacht individueel toegang tot een bepaalde maatschappelijke status of prijzengeld waarmee ze hun gezin kunnen onderhouden. Kun je hun dat verwijten?

Zijn er risico’s verbonden aan de drang om koste wat kost steeds sneller en langer te lopen?

Ja, topsport is niet de beste manier om lichamelijk en mentaal gezond te blijven. Voor een optimale gezondheid moet je veel bewegen, of beter gezegd veel aan lichaamsbeweging doen, tot wel twee uur per dag. De jacht op records is iets anders: het gaat om één procent van de bevolking die vijf tot zes uur per dag kan trainen. Maar laten we niet vergeten dat het risico van helemaal niets doen veel groter is dan dat van te veel sporten.

Aan welke onderzoeken werkt u momenteel mee?

Mijn onderzoek en dat van mijn team richt zich op vermoeidheid bij patiënten en op de manier waarop lichaamsbeweging die vermoeidheid kan tegengaan, ook al klinkt dat tegenintuïtief. Wat hardlopen betreft, bestuderen we de verschillen tussen de vermoeidheid die trailrunning en de marathon veroorzaken. Tegelijkertijd werk ik aan een groot project met de naam ‘0 to 100’, dat nog voor deze zomer van start gaat. We willen twintig zittende vrouwen en twintig zittende mannen rekruteren en hen in achttien maanden klaarstomen voor de start van de CCC van de UTMB (‘Courmayeur-Champex-Chamonix’, 100 km, 6050 hoogtemeters). Door hun fysieke en mentale ontwikkeling te volgen, willen we aantonen dat sportbeoefening tot een aanzienlijk betere gezondheid leidt. De selectie zou in het najaar moeten beginnen. Momenteel zijn we op zoek naar partners om ons budget rond te krijgen.


Het onderzoek van Guillaume Millet verlegt niet alleen de grenzen van sportprestaties, maar opent ook nieuwe perspectieven voor de gezondheid van iedereen. Met geoptimaliseerde trainingsmethoden, onderzoek naar vermoeidheid en vernieuwende projecten als ‘0 to 100’ laat hij zien dat de jacht op prestaties kan bijdragen aan het algemene welzijn, zowel van topsporters als van mensen die weinig bewegen. Een krachtige boodschap die aantoont dat fysiologisch onderzoek niet beperkt blijft tot records, maar ook bijdraagt aan de volksgezondheid en aan vooruitgang voor iedereen.

Website van Guillaume Millet: www.kinesiologui.com