Hardlooplexicon: alles over het jargon van hardlopers

AD
Door Alanis Duc

Gepubliceerd op wo 9 september 2026

Bijgewerkt op wo 9 september 2026

Hardlooplexicon: alles over het jargon van hardlopers
© STADION-ACTU

Het jargon van het hardlopen kan best ingewikkeld lijken, of je nu beginner bent of een doorgewinterde loper. Met technische termen als VO2max, anaerobe drempel, fartlek en pronatie raak je al snel het spoor bijster. Dit hardlooplexicon helpt je op weg, maar is er vooral ook om indruk te maken tijdens geanimeerde hardloopgesprekken.

VMA

VMA is de loopsnelheid waarmee je je maximale zuurstofopname (VO2max) bereikt. Verwar dit niet met je maximale snelheid tijdens een sprint van enkele seconden. Op VMA-intensiteit loop je zeer hard en houd je dit doorgaans maar een paar minuten vol. VMA wordt gebruikt als prestatie-indicator en verschilt per loper.

Drempel

De drempel is een intensiteitsgebied binnen het hardlopen. Er zijn twee verschillende drempels: de aerobe drempel, ook wel ventilatoire drempel 1 genoemd, en de anaerobe drempel, ook wel ventilatoire drempel 2.

Rustige duurloop

De rustige duurloop is een intensiteitszone die je kunt koppelen aan een bepaalde loopsnelheid. Het is simpelweg het tempo van een ontspannen duurloop, een rustig tempo.

Tempo

Tempo is een loopsnelheid. Een tempoloop wordt gelopen aan een gematigd tempo, waarbij je binnen het aerobe domein blijft. Tempo komt overeen met 70 tot 80% van je maximale hartslag. Die waarden kunnen per loper verschillen.

Fartlek

Fartlek komt uit het Zweeds en betekent ‘snelheidsspel’. Het is een training waarbij je verschillende werkblokken aan uiteenlopende tempo’s afwisselt op onverhard terrein, bijvoorbeeld in het bos of op het platteland.

PPG (algemene fysieke voorbereiding)

PPG is een verzameling oefeningen voor spierversterking. Je traint er je spieren op een algemene manier mee. Bij PPG gebruik je vooral je lichaamsgewicht of klein materiaal, zoals weerstandsbanden en een medicijnbal.

Pace

Pace staat voor het tempo van een loper. Voorbeeld: een pace van 5:00/km komt overeen met 12 km/u.

Lap

Een lap is een ronde. Dat kan een baanronde zijn, maar ook een ronde op je sporthorloge. Een lap indrukken op je horloge betekent dat je de rondetijd vastlegt, terwijl de tijdmeting doorloopt.

Split

Een split is een tussentijd.

Negative split

Een negative split betekent dat je de tweede helft van een wedstrijd sneller loopt dan de eerste helft.

Maximale hartslag

Je maximale hartslag is het hoogste aantal hartslagen per minuut dat je kunt bereiken. Om je maximale hartslag te halen, moet je enkele minuten zeer intensief inspannen. Met je maximale hartslag kun je je intensiteitszones tijdens het hardlopen bepalen.

Herstelperiode

Een herstelperiode in het hardlopen is een fase binnen je trainingsopbouw. Tijdens deze periode doe je het wat rustiger aan, zodat je lichaam kan herstellen voordat je aan een nieuw trainingsblok begint. Zo’n herstelperiode kan enkele dagen duren.


Startvak

Startvakken zijn de ‘vakken’ waarin lopers wachten op het startschot. Elk startvak heeft een bijbehorende richttijd. In startvak 4:30 staan bijvoorbeeld lopers die een marathon in 4 uur en 30 minuten willen lopen of een persoonlijk record van 4:30 hebben. Startvakken zorgen ervoor dat lopers per niveau starten en helpen de lopersstromen in de straten beheersbaar te houden.

Finisher

Een finisher is een loper die een wedstrijd heeft voltooid. Als je de marathon van Parijs uitloopt, ben je finisher van de marathon van Parijs.

PR

Persoonlijk record, in het Engels personal record. Je beste persoonlijke prestatie op een bepaalde afstand.

DNF

Did Not Finish betekent dat je een wedstrijd niet uitloopt en opgeeft.

DNS

Did Not Start betekent dat je wel voor een wedstrijd bent ingeschreven, maar niet aan de start verschijnt.


Rotatie van hardloopschoenen

Dit betekent dat je afwisselt tussen verschillende paren hardloopschoenen. Je kiest je paar op basis van de training en de kenmerken van je loop.

Drop

De drop is het hoogteverschil tussen de voorvoet en de hiel van een schoen. Hij wordt uitgedrukt in millimeters. Hoe minimalistischer de schoen, hoe dichter de drop bij 0 komt. Dat betekent dat er nauwelijks hoogteverschil is tussen de voor- en achterkant van de schoen.

Pronatie

In het hardlopen wordt vaak over pronatie gesproken als het om de voet gaat. Een overpronerende voet zakt naar binnen weg.

Supinatie

In het hardlopen wordt vaak over pronatie gesproken als het om de voet gaat. Bij supinatie wordt de voet naar de buitenkant afgewikkeld.


| Marathonkalender in Frankrijk, hier.