Hoe plan je je hardloopseizoen?
Ontdek hoe je je hardloopseizoen plant met praktische adviezen voor beginnende én ervaren lopers: doelen, trainingen, herstel en wedstrijdkeuze. De wedstrijdkalender staat vol met duizenden evenementen, van 5 km, 10 km, halve marathon en marathon tot crosswedstrijden en ultralopen. Net als bij een mooie taart wil je soms alles tegelijk opeten… met een stevige indigestie aan het einde van het seizoen als gevolg. Een goede jaarplanning blijft de beste manier om overbelasting, overtraining en blessures te voorkomen.
Tip 1: Stel prioriteiten
Niet meer dan 2 of 3 doelen per seizoen
Een seizoen plannen begint met het bepalen van goede doelen: realistische én motiverende doelen. Kies voor wedstrijden 2 of 3 hoofddoelen waarop je in topvorm aan de start wilt staan. Schrijf je niet overal voor in. Dat is niet alleen onnodig, maar werkt ook averechts: je raakt lichamelijk uitgeput en staat bovendien met een schrijnend gebrek aan mentale frisheid aan de start, zeker bij lange afstanden.
Spreid je wedstrijden
Wedstrijden kort na elkaar lopen is geen goed idee, tenzij je prof bent (en zelfs dan!). Plan herstel tussen twee wedstrijden in, zeker wanneer het om een lange afstand gaat. Een eenvoudige vuistregel: niet meer dan één wedstrijd per maand. Plan daarnaast een voorbereidingswedstrijd vijf of drie weken voor je hoofddoel.
Tip 2: Bouw geleidelijk op
Heb je besloten om dit jaar de uitdaging van een marathon aan te gaan? Een mooi doel, maar pas op dat je trainingsbelasting niet plotseling stijgt. Elke kwantitatieve en kwalitatieve verandering moet geleidelijk verlopen. De trainingsbelasting, bestaande uit volume, intensiteit en specificiteit, moet stap voor stap toenemen van de ene trainingscyclus naar de andere en van het ene seizoen naar het volgende. Over het algemeen wordt aangeraden om de belasting van het ene jaar op het andere met niet meer dan 15 procent te verhogen. Trainde je vorig jaar bijvoorbeeld 8 uur per week, dan kom je dit seizoen niet boven 9 uur en 15 minuten per week uit. Reken het zelf maar even uit. Om blessures te voorkomen, moet je je lichaam de tijd geven om zich aan te passen aan de stress die de hogere trainingsbelasting veroorzaakt.
Tip 3: Plan samenhangende trainingscycli
Plan je seizoen in cycli
Bij de trainingsmethode met cycli begin je met een algemene voorbereiding (krachttraining en het ontwikkelen van fysieke eigenschappen zoals uithoudingsvermogen) om vervolgens toe te werken naar een specifieke voorbereiding (werken op wedstrijdtempo, snelheid verbeteren en technische afdalingen trainen).
FASE 1: ALGEMENE VOORBEREIDING
Uithoudingsvermogen en krachttraining zijn de twee prioriteiten. Met crosstraining (hardlopen, fietsen, toerskiën enzovoort) wissel je activiteiten en de belasting van spieren, pezen en gewrichten af.
➡️ Duur, ongeacht de voorbereide afstand: 4 weken.
FASE 2: SPECIFIEKE VOORBEREIDING
In de tweede fase richt de training zich op het verbeteren van specifieke eigenschappen, zoals loopsnelheid en loopefficiëntie. De trainingen moeten dus gericht zijn op de kwaliteit die je wilt ontwikkelen.
➡️ Duur: 6 weken voor een 10 km of halve marathon, tot 8 weken voor een marathon.FASE 3: TAPEREN
Vlak voor een belangrijke wedstrijd verlaag je de trainingsbelasting om supercompensatie te stimuleren en op de wedstrijddag fris aan de start te staan.
➡️ Duur: 7 tot 10 dagen voor een 10 km en maximaal 2 weken voor een marathon.WEDSTRIJD
FASE 4: HERSTEL
Na elke wedstrijd bestaat de herstelperiode uit een of meerdere volledige rustdagen voordat je weer aan crosstraining doet (rustige activiteiten zoals zwemmen of fietsen).
➡️ Duur: na een wedstrijd 1 volledige rustdag per 10 wedstrijdkilometers. Aan het einde van een trainingscyclus: 1 week rustig trainen op lage intensiteit en crosstraining.
Het belang van afwisseling
Afwisseling in je trainingen is essentieel om de routine te doorbreken en alle kwaliteiten van een loper te ontwikkelen. Wissel daarom VMA-trainingen (maximale aerobe snelheid), drempeltraining, actieve duur en rustige duur af. Een belangrijke nuance: bijna 75 procent van je training moet op lage intensiteit gebeuren. Anders gezegd: je hoeft niet voortdurend voluit te gaan, daar schiet je niets mee op.
Tip 4: Vergeet nooit te herstellen
Herstellen na een wedstrijd of trainingscyclus
We zeggen het, schrijven het, lezen het en herhalen het. Toch hebben sporters nog altijd moeite om het bekende principe toe te passen: herstel is een integraal onderdeel van de training. Na een zware duurloop, een intensieve training, een trainingscyclus van meerdere weken of een wedstrijd is altijd herstel nodig. Dat kan actief of passief zijn en één dag of meerdere weken duren.
Het herstel na een wedstrijd moet volledig zijn. Dat betekent dat je geen enkele fysieke activiteit uitvoert. Beperk je tot massages, spierverzorging, elektrostimulatie met een geschikte instelling en koude baden. Pas na deze volledige rustfase hervat je activiteiten zoals wandelen, fietsen of zwemmen. De sleutel tot goed herstel: luister naar je gevoel, je lichaam… en je hoofd.
Plan minstens 2 rustperiodes per jaar
Plan voor lichamelijk en mentaal herstel twee periodes van twee weken zonder training in je seizoen. Deze rustfases kun je na elk van je twee hoofddoelen plannen. Meestal valt één onderbreking aan het einde van het seizoen, aan het begin van de winter, en eventueel een tweede in de zomer, afhankelijk van je wedstrijdkalender. Liefhebbers van lange afstanden, zoals 100 km- en 24-uurslopen, kunnen de rustperiodes verlengen.
Heb je een coach nodig?