‘Dertien graden bij de start, geen wind, heldere lucht’: wat is het ideale weer voor een marathonrecord?
© ASO

‘Dertien graden bij de start, geen wind, heldere lucht’: wat is het ideale weer voor een marathonrecord?

Dorian Vuillet
Door Dorian Vuillet

Gepubliceerd op wo 9 september 2026

Bijgewerkt op wo 9 september 2026

Nog voordat je nadenkt over perfect gestrikte veters, een goed vastgemaakt startnummer of die laatste stop bij het toilet, meldt zich een andere factor in de voorbereiding: de lucht. Al jaren houden marathonlopers het weer nauwlettend in de gaten, zoals surfers de deining volgen. In de gesprekken voor de wedstrijd gaat het net zo vaak over temperatuur, wind en luchtvochtigheid als over drempeltrainingen. Sommigen bekijken de voorspellingen al tien dagen van tevoren, anderen werken een plan uit voor hitte, regen of een verraderlijke tegenwind. De jacht op een record hangt soms meer af van atmosferische hulp dan van een tot in detail uitgewerkt trainingsschema.

Zondagochtend. Je checkt Buienradar voordat je aan de marathon begint waar je je collega’s al weken de oren mee van het hoofd praat. Je weet dat lucht, licht, luchtvochtigheid en wind net zo goed van invloed zijn als een sterk trainingsplan. Je kunt je nog zo goed voorbereiden, goed eten, vroeger naar bed gaan en je gels zorgvuldig in je zak stoppen… het weer kan de best uitgewerkte plannen volledig onderuit halen. 

In de collectieve verbeelding draait een record vooral om training, materiaal en mentale frisheid. Toch laat de wetenschap zien dat de ideale omstandigheden vaak binnen een zeer nauw bereik liggen, tussen 8 en 12 graden Celsius. Een klimaat ‘zonder thermische stress’, zegt Jérôme Auger, sportfysiotherapeut en atleet. Hij ziet dat ‘het lichaam optimaal functioneert wanneer het niet hoeft te vechten tegen hitte of kou’. Frisse temperaturen, droge lucht en een bescheiden zonnetje: dat zijn precies de omstandigheden waarin sportarts en inspanningsfysioloog voor World Athletics Stéphane Bermon spreekt van ‘omstandigheden waarin het lichaam warmte efficiënt kan afvoeren’. Het zijn de omstandigheden waarin regelmatig wereldrecords zijn gesneuveld.

Julien Devanne, in 2019 Frans kampioen op de marathon en auteur van een sterke 2:14:55 in Valencia, herinnert het zich nog heel concreet. Die dag waren ‘de omstandigheden goed, ook al liep de temperatuur snel op’. Voor een loper die onder de 3:30 blijft, zegt hij, ‘blijft het perfect, maar daarboven begint het door te wegen’. Tegelijk erkent hij, met de geamuseerde nuchterheid die marathonlopers eigen is, dat je na een record, zelfs als het warm of zeer warm is, bij 30 graden of meer, ‘het gevoel hebt dat de omstandigheden perfect waren’. Want ideaal weer is nooit alleen een kwestie van cijfers. Het gaat ook om een innerlijke toestand.

Luchtvochtigheid, de onzichtbare rem

We praten vaak over de thermometer, terwijl luchtvochtigheid soms veel bepalender is. Wanneer de lucht verzadigd is, verdampt zweet niet meer, stort de warmteregulatie in en raakt de motor oververhit. In Vietnam merkte Devanne dat aan den lijve. De start was om 6 uur ’s ochtends, de hitte gematigd maar de luchtvochtigheid extreem hoog. Uiteindelijk verloor hij ‘tien minuten op de halve marathon, alleen daardoor’. Een pijnlijke maar glasheldere les. Zelfs een lichaam dat volledig is afgestemd op prestaties ‘kan door de luchtvochtigheid worden ingehaald’, zegt hij, tot het punt waarop de wedstrijd ‘overleven wordt.

© Stéphane Bermon leidt de afdeling gezondheid en wetenschappen van World Athletics. © World Athletics

Bermon omschrijft die luchtvochtigheid als ‘een stille moordenaar’, die verhindert dat zweet zijn werk doet. Te droog is ook niet beter: in zeer droge lucht werkt transpiratie zo efficiënt dat je sneller uitdroogt dan je denkt. De balans is fragiel, bijna chirurgisch precies.

Wind, een bondgenoot met twee gezichten

En dan dient zich een onderschatte factor aan: de wind. Jérôme Auger herinnert eraan dat wind in de rug je het gevoel kan geven dat je bergaf loopt, een kleine ‘gratis bonus’ die al snel in een nadeel verandert zodra de wind draait en tegen komt te staan. ‘Op de baan heb je het gevoel dat de wind altijd tegenstaat, zelfs wanneer hij eigenlijk in de rug zou moeten staan’, lacht Devanne bijna. Op de marathon kan dat fenomeen een vonnis worden. ‘Eén kilometer tegenwind op kilometer 35 is zwaarder dan een klim’, vervolgt hij. Het gaat niet alleen om weerbaarheid: de wind ‘verstoort je loopmechaniek en zelfs je hoofd’, tot het gevoel dat je ‘zittend loopt’, zoals hij het omschrijft. Een treffend beeld van het moment waarop je pas uiteenvalt.

De juiste balans vinden

Te warm en je raakt oververhit. Te koud en je verbruikt meer energie. Te vochtig en je raakt je warmte niet meer kwijt. Te droog en je loopt leeg. Te veel wind en je moet vechten. Te weinig wind en je warmt overmatig op. Bermon vat het klinisch samen: ‘hoe koeler de buitenlucht is ten opzichte van je lichaam, hoe efficiënter de warmteoverdracht’. En naast de cijfers zijn er factoren die we te snel vergeten, zoals de luchtkwaliteit. Auger wijst erop dat vervuiling ‘de bronchiën vernauwt, de ademhaling minder efficiënt maakt en de prestaties doet dalen’, zelfs zonder dat je je daar echt bewust van bent.

Je begrijpt dan waarom een gerenommeerde marathonloper als Julien Devanne, in 2019 Frans kampioen op de marathon in Metz, zijn ideaal bijna als een visioen beschrijft: ‘dertien graden bij de start, geen wind, heldere lucht…’. De perfecte samenloop van omstandigheden waar iedereen van droomt, maar die maar weinigen echt meemaken. Meteorologisch geluk voor een liefhebber van de 42,195 kilometer.

Je plan aanpassen aan het weer

Perfect weer bestaat, maar laat zich zelden zien. De kunst is dus om je eraan aan te passen. Julien Devanne laat niets aan het toeval over en bereidt zich ‘altijd voor op het slechtst mogelijke scenario’. Als hij weet dat het gaat regenen, doet hij niet alsof de zon alsnog doorbreekt. ‘Of ik loop, of ik loop niet, maar ik ga voorbereid’. Een eenvoudige filosofie.

Het weer mag niet bepalen hoe je mentaal aan de start staat, maar je mentale houding kan slecht weer wel veranderen. ‘De basisprincipes mag je niet laten vallen’, benadrukt Jérôme Auger. De aanpak is duidelijk: regelmatig drinken, dat wil zeggen drie of vier slokken elke twintig tot vijfentwintig minuten, vooraf wennen aan de hitte, je tempo aanpassen aan de wind, je parcours kennen en je bevoorrading vooraf plannen. En vooral: de valkuil van overhydratie vermijden, want die vertraagt je en verstoort je spijsvertering.

Warmteregulatie is centraal komen te staan. Vroeger kreeg ze minder aandacht. Vandaag is het ‘essentieel’, zegt Julien Devanne. Zelfs een flesje in je hand kan dan ‘de beste manier zijn om seizoen na seizoen door te komen’. Aanpassen, ja, maar niet elk nadeel zomaar accepteren. ‘Wind, hitte, luchtvochtigheid… maar niet alles tegelijk.

Het weer ondergaan of de omstandigheden beheersen?

Dan komt nog een laatste element om de hoek kijken: het vermogen om te handelen in plaats van alles over je heen te laten komen. Je mentale houding vormt je prestaties net zo goed als de temperatuur op de thermometer. Julien Devanne herinnert er graag aan dat ‘sommigen boven zichzelf uitstijgen in de regen, terwijl anderen uitdoven in de zon’. Een constatering die bevestigt dat elk lichaam anders reageert. Voor hem is een moeilijke weerssituatie omvormen tot een kans bijna een kunst. ‘Je hoofd kan van een waardeloze dag een perfecte dag maken’, zegt hij. Hij is ervan overtuigd dat je perceptie net zo veel invloed heeft als de fysieke omstandigheden.

Op topniveau wordt niets aan het toeval overgelaten. Het is belangrijk om je strategie vóór de start scherp te hebben, op onverwachte situaties te anticiperen, je beoogde tempo te kennen en marge te houden om op de werkelijke omstandigheden te kunnen reageren. In de toekomst zullen marathons zich noodgedwongen moeten aanpassen aan een veranderend klimaat: vroegere starts, parcoursen noordelijker misschien zelfs records die schaarser worden. Het ideale weerwindow wordt kleiner, maar de wens om het te benutten blijft onverminderd groot.

Uiteindelijk blijft één eenvoudige waarheid overeind: het weer heeft invloed, maar bepaalt niet alles. Perfecte dagen bevinden zich ergens tussen een ochtend met 13 graden en geen wind, een wolkenloze hemel en een stad die speciaal ontwaakt om de lopers aan te moedigen. Wanneer zo’n dag zich aandient, kun je maar beter scherp, zelfverzekerd en klaar zijn om ervan te profiteren. De rest behoort toe aan de magie van de marathon. Een fragiele mix van minutieuze voorbereiding, onvoorspelbare sensaties en een bijna intieme verbondenheid met het weer van de dag.

Bekijk de marathonkalender

Meer artikelen