‘Een grote motor is niet genoeg’: welke profsporters zijn echt gemaakt voor de marathon?
© KMSP / NN Running Team

‘Een grote motor is niet genoeg’: welke profsporters zijn echt gemaakt voor de marathon?

Dorian Vuillet
Door Dorian Vuillet

Gepubliceerd op wo 9 september 2026

Bijgewerkt op wo 9 september 2026

Ze fietsen, zwemmen, roeien of malen kilometers af met een bal aan de voet. Maar zouden ze ook snel kunnen hardlopen… héél snel, over 42,195 km? Achter de fantasie van multisportkampioenen die overal kunnen schitteren, gelden voor de marathon andere wetten. Fysiologie, loopmechanica en belastbaarheid: welke profsporters buiten de atletiek hebben werkelijk de meeste troeven om sterk te presteren op de koningsafstand van de weg? Een analyse, onderbouwd door wetenschap en praktijkervaring.

De vraag maakte de tongen los. Wie zou zich het best redden in een loodzware Ironman: de flamboyante wielrenner Tadej Pogačar, de publiekslieveling van de Fransen Léon Marchand of de marathon-GOAT Eliud Kipchoge? Een definitief antwoord bleef uit, maar een andere vraag verdient minstens zoveel aandacht: welke profsporters buiten de pure atletiek hebben werkelijk de meeste troeven om sterk te presteren over 42,195 km?

Eerst komt de fysiologische schifting

Op de marathon wordt de rangorde niet alleen bepaald door een efficiënte pas. De eerste schifting is fysiologisch. Een hoge VO₂max, een sterke anaerobe drempel en het vermogen om zware trainingsweken te herhalen zonder in te storten. Die kwaliteiten vind je in meerdere gevestigde duursporten.

Voor Guillaume Millet, hoogleraar inspanningsfysiologie en gerenommeerd duurspecialist, is het kader duidelijk. Marathonprestaties steunen op een bekend drieluik: VO₂max, drempel en energie-efficiëntie. Daar komt tegenwoordig een steeds centraler begrip bij: duurzaamheid. ‘Duurzaamheid is het vermogen om te voorkomen dat je fysiologische parameters onder vermoeidheid achteruitgaan, en om je prestatieniveau zo lang mogelijk vast te houden’, legt hij uit. Een aspect dat vaak wordt onderschat wanneer we dromen over de overstap van kampioenen uit andere sporten. Een grote motor is niet genoeg. Je moet hem ook lang kunnen benutten, zonder dat je lichaam eraan onderdoor gaat.

Wielrennen: duurvermogen dat al klaarstaat

Bij profwielrenners, en zeker bij klimmers, is de aerobe basis indrukwekkend. Sommigen hebben de overstap al verkend. Chris Froome nam bijvoorbeeld geregeld looptraining op in zijn trainingsblokken. Hij erkende publiekelijk dat zijn conditie het ruimschoots aankon, maar dat zijn spieren meer tijd nodig hadden om zich aan te passen.

Guillaume Millet bevestigt die vaststelling. ‘Een wielrenner kan een zeer hoge VO₂max hebben, soms hoger dan die van een marathonloper, en ook een uitstekende drempel’, legt hij uit. ‘Zijn energie-efficiëntie tijdens het lopen is in het begin vaak slecht, en vooral: zijn weerstand tegen spierschade is erg laag.’

Meerdere voormalige renners uit het profpeloton die de marathon als amateur ontdekten, vertellen hetzelfde verhaal. De ademhaling kan het al moeiteloos volgen, terwijl het lichaam nog kwetsbaar is. Zodra de mechanische aanpassing achter de rug is, kelderen de tijden snel. Voor de scherpste profielen wordt een tijd onder 2u30 realistisch.

Voormalig Frans sprinter Nacer Bouhanni liep afgelopen najaar zijn eerste bijzonder sterke marathon: 2u34’ op de Marathon de Francfort in oktober 2024. In december stond de man uit de Vogezen opnieuw aan de start van 42,195 km, ditmaal in Valencia. Met 70 profzeges, waaronder drie etappezeges in de Giro d’Italia en drie in de Vuelta a España, mikte hij op een tijd onder 2u30. Hij finishte uiteindelijk in 2u31’33. De voorbije maanden maakten meerdere voormalige wielrenners nadrukkelijk de overstap naar het hardlopen. Eind oktober waagde ook Tom Dumoulin, voormalig winnaar van de Giro, zich aan de marathon. Hij liep die van Amsterdam in 2u29’21’’, zonder ooit de indruk te wekken diep te moeten gaan.

Langeafstandstriatlon: het schoolvoorbeeld

Als er één niet-atletische sport van nature aansluit bij de marathon, is het wel de langeafstandstriatlon. Jan Frodeno, olympisch kampioen en drievoudig winnaar van de Ironman op Hawaï, benadrukte het vaak: de marathon vormt het strategische hart van de wedstrijd, waar alles wordt beslist.

Triatleten die daarna een ‘losse’ marathon lopen, vertellen over dezelfde verrassing. Hardlopen zonder de voorafgaande vermoeidheid van het fietsen verandert de inspanning volledig. Het tempo voelt sneller, maar paradoxaal genoeg ook comfortabeler. Volgens Guillaume Millet is die soepele overgang geen toeval. ‘Een triatleet heeft geleerd het tempo, de pacing en de mentale vermoeidheid te managen. Dat zijn fundamentele vaardigheden in de marathon, die je niet uitsluitend met een VO₂max of drempel kunt meten.’ Die beheersing van langdurige inspanning verklaart waarom veel voormalige triatleten meteen sterke wegprestaties neerzetten.

Roeien: enorm potentieel, mechanische rem

Op papier doen roeiers dromen. Ze halen enkele van de hoogste VO₂max-waarden in de mondiale sport. Toch wagen ze zich maar zelden aan de marathon. Dat heeft vooral met hun lichaamsbouw te maken.

Roeiers hebben vaak een uitzonderlijke motor, maar ook een spiermassa die de energie-efficiëntie tijdens het lopen zwaar benadeelt’, analyseert Guillaume Millet. Bij zwaargewichten wordt de herhaalde impact al snel een beperkende factor. Sommige lichtgewichtr oeiers hebben de uitdaging wel aangenomen, met bemoedigender resultaten.

Volgens hem hebben juist die profielen theoretisch het grootste potentieel. ‘Als ik een niet-atleet moest aanwijzen die gemiddeld de snelste marathon zou kunnen lopen, zou ik zeggen: een lichtgewichtroeier, op voorwaarde dat hij de tijd neemt om zijn lichaam opnieuw op te bouwen voor het hardlopen.’ De motor is er. Nu moet de machine nog worden gebouwd.

Voetbal: het draait om de positie, niet om de sport

Niet elke voetballer is gemaakt voor de marathon. Toch springen bepaalde profielen eruit. Box-to-boxmiddenvelders en moderne backs combineren grote loopvolumes met een voortdurend hoge intensiteit. Spelers met ‘drie longen’, zoals Blaise Matuidi en N’Golo Kanté, werden vaak genoemd vanwege hun uitzonderlijke duurvermogen. Na een geslaagde grap werd Kanté in 2018 zelfs enkele minuten lang op Wikipedia uitgeroepen tot wereldrecordhouder op de marathon, met 2u01’39, voordat die prestatie in de vergetelheid raakte.

Serieus bekeken blijft de beperking echter structureel. ‘Voetbal ontwikkelt een intermitterend duurvermogen, met versnellingen en herstelmomenten, terwijl de marathon draait om een voortdurende en monotone inspanning’, zei Millet. Aanpassing is mogelijk, maar vraagt om een echte herprogrammering. Voor veel goed voorbereide oud-spelers ligt een tijd onder drie uur binnen bereik. Wie onder 2u30 wil duiken, betreedt een andere wereld.

Zwemmen: een sterk hart, benen die nog gebouwd moeten worden

Midden- en langeafstandszwemmers beschikken dan weer over een sterk ontwikkeld cardiovasculair systeem. Léon Marchand heeft het zelf vaak benadrukt: zwemmen bouwt een motor, maar bereidt niet voor op schokken. ‘Een zwemmer loopt niet. Hij zwemt’, stelt Guillaume Millet. ‘De volledige afwezigheid van impact maakt de overstap naar hardlopen mechanisch bijzonder lastig.’ Pezen, kuiten en de voetzoolfascie worden al snel de scheidsrechters. Een overstap blijft mogelijk, maar vraagt tijd, een geleidelijke opbouw en een echte bereidheid om risico’s te nemen.

De marathon als onpartijdige rechter

De marathon liegt nooit. Hij beloont goed gebouwde motoren, maar vooral lichamen die herhaalde belasting aankunnen. ‘Op topniveau hebben alle marathonlopers een uitstekende VO₂max. Het verschil wordt gemaakt door het vermogen om die prestatie vast te houden zonder onder vermoeidheid achteruit te gaan’, vat Guillaume Millet samen.

Kunnen we ons ooit een sporter uit een andere discipline voorstellen die kan wedijveren met de beste gespecialiseerde marathonlopers? De deur staat niet volledig dicht, maar de opening is smal. ‘Als hij echt de genetische aanleg had om heel snel een marathon te lopen, is de kans groot dat hij dat al vroeg had ontdekt’, nuanceert de fysioloog. En soms herinnert een voormalige wielrenner, roeier of voetballer, ergens midden in een anoniem peloton, ons eraan dat 42,195 km bovenal draait om duurvermogen, geduld… en realiteitszin.

Bekijk de marathonkalender

Meer artikelen