De aanmoedigingen van het publiek die we wel horen… maar niet meer echt binnenkrijgen
Ze staan er trouw, roepend langs de stoep, klappend in hun handen en zwaaiend met hun plastic bellen. Supporters bij hardloopwedstrijden zijn goud waard, hun aanwezigheid een zegen. Maar soms klinken hun aanmoedigingen, ondanks alle goede bedoelingen, eerder als ingestudeerde kreten dan als echte mentale brandstof. ‘Kom op, lopers!’, ‘Nog maar 10 kilometer!’, ‘Je ziet er goed uit als je loopt!’: die klassiekers langs het parcours verdienen wel wat nadere duiding. Want tussen onhandigheid, onbedoelde ironie en averechte effecten valt er genoeg te glimlachen… of te grimassen.
Hoofdstuk 1 – Bingo met lege aanmoedigingen
Zodra een wedstrijd door een dorp trekt, volgt hetzelfde ritueel. Mensen komen voor de deur staan, met een kop koffie en een dekentje over de knieën, en halen hun vaste kreten boven. Een ‘Kom op, lopers!’ voor iedereen, rondgestrooid als een flyer. Alleen gaat dat onpersoonlijke ‘kom op’ al snel hol klinken. Het onderscheidt niemand en is tot niemand specifiek gericht. Algemeen, gestandaardiseerd, lauw.
Niemand neemt de goede bedoeling kwalijk, maar bij de zeventiende ‘Kom op’ die je in tweehonderd meter hoort, gebeurt er iets vreemds: je wordt doof. Je brein schuift de kreet automatisch in het vakje ‘achtergrondruis’. En je linkerbeen blijft ondertussen gewoon klagen.
Hoofdstuk 2 – De valse vrienden van de klok
Een van de grootste klassiekers is de beruchte ‘Nog maar 10 kilometer!’ die je bij een marathon rond kilometer 32 hoort. De afzender straalt, ervan overtuigd dat hij de loper een mentale boost heeft gegeven. Maar voor iemand die er al 2 uur en 40 minuten op heeft zitten, klinkt het eerder als een twijfelachtige grap.
Om te beginnen is 10 kilometer nog altijd een heel eind. Bovendien zegt de klok op dat moment eigenlijk niets meer. Het gaat niet langer om afstand, maar om overleven. En dan droog opsommen wat er nog rest, komt ongeveer neer op: ‘Veel succes met je laatste kwartier afzien’. Alleen duurt dat laatste kwartier eerder 45 minuten. Op z’n minst.
Hoofdstuk 3 – Humor die een beetje pijn doet
Nog een specialiteit van de enthousiaste supporter: de gevatte grap. ‘Je ziet er goed uit als je loopt!’ wordt vaak gebracht met een samenzweerderige glimlach. Op papier zou het grappig kunnen zijn. In de praktijk voelt het vaker als een kleine uppercut in de vorm van zelfspot.
Want ‘er goed uitzien tijdens het lopen’ is nogal relatief. Bezweet, knalrood en op het punt om te gaan wandelen: je lijkt niet bepaald meer op de finishfoto van Kipchoge. De poging om de inspanning wat lichter te maken, kan het ego dan juist verzwaren. In het slechtste geval klinkt ze zelfs als nauwelijks verhulde spot. Het tegenovergestelde van wat je in een turbulente fase nodig hebt.
Hoofdstuk 4 – Het juiste woord op het juiste moment
Wat werkt dan wel? Het is geen exacte wetenschap, maar een paar eenvoudige formules hebben alvast bestaansrecht. Een naam roepen, als die duidelijk op het startnummer staat, verandert alles. Het maakt iemand wakker. Het geeft weer wat identiteit in de massa.
Een andere winnaar: de realistische aanmoediging. ‘Het zwaarste heb je gehad’, ‘Hou vol, je zit goed’, ‘Sterk bezig’… kleine, concrete zinnen die de loper precies op dat moment bereiken. Omdat ze rekening houden met de situatie, de zwaarte en de energie die al op het asfalt is achtergebleven. Ze proberen niets mooier te maken, maar willen gewoon steun bieden.
Hoofdstuk 5 – De subtiele kunst om er te zijn zonder te veel lawaai te maken
Soms is de beste aanmoediging gewoon aanwezigheid. Een blik die je vangt, een oprecht applaus, een handgebaar zonder woorden. Stille empathie is een universele taal die beter aankomt dan alweer een willekeurig geroepen ‘Kom op, kom op!’.
Zoals een zekere Muhammad Ali zei: ‘Het is niet de berg die we overwinnen, maar onszelf.’ In de innerlijke strijd die een wedstrijd vaak is, zijn lege kreten als supermarktgels: ze beloven veel, maar leveren weinig. Waar lopers behoefte aan hebben, is waarheid en gevoel voor het juiste moment. Geen auditieve copy-paste.
Hoofdstuk 6 – Supporter zijn is ook lopen… op je eigen manier
Want ja, langs de kant van de weg staan is een vorm van betrokkenheid. Een marathon aan geduld, een halve marathon aan motivatie. Dat verdient respect. Maar je kunt er net zo goed iets gevoeligers en persoonlijkers van maken. Een raak woord kan een pas weer op gang brengen. Een indringende blik kan een vlam opnieuw aanwakkeren. En soms is een eenvoudig ‘Ik wacht op je bij de finish’ meer waard dan alle megafoons ter wereld.
Dus aan alle supporters langs de weg: blijf er staan, luidruchtig, oprecht en soms een beetje onhandig. Maar laat ‘Nog maar 10 kilometer’ als het even kan in de la liggen. Geef liever een echte glimlach. Het is ongelooflijk wat dat kan veranderen, zelfs in kilometer 39.