De knotsgekke avonturen vóór de marathonstart
De uren voor de start van een marathon horen een strak geregisseerde opbouw te zijn: vroeg opstaan, een zorgvuldig geplande laatste maaltijd, een vaste warming-up… In theorie. In de praktijk is het vaak een aaneenschakeling van onverwachte en ronduit absurde problemen. ✓ Een bloedserieuze bloemlezing van de kleine waanzin die veel marathonlopers al vanaf de eerste stappen van de dag te wachten staat, want de wedstrijd begint ruim vóór het startschot.
Wakker worden in een andere tijdzone
Totale paniek. De wekker gaat. Het is 4.45 uur. Alleen… hij had om 5.45 uur moeten gaan. Alleen… je telefoon denkt nog steeds dat je in Marrakesh bent, met dank aan het vorige weekend. Resultaat: een uur plafondstaren, eindeloos scrollen op Instagram en je afvragen of je nu al pasta moet eten. Precies het soort avontuur dat deelnemers aan de 20 km van Marseille-Cassis kan overkomen. Die wordt steevast op de laatste zondag van oktober gelopen, precies in het weekend waarin de klok teruggaat.
Alarmfase rood: startnummer spoorloos
De tas puilt uit: sokken, reservekleding, een fles water, mueslirepen, voetcrème, medicijnen, energierepen, een geluks-SpongeBob… Maar geen startnummer. Nogmaals: GEEN STARTNUMMER. Waar is het gebleven? Dit kan niet waar zijn! Zonder startnummer geen start. Het moet worden teruggevonden. Snel. Koortsachtig zoeken, de hele koffer leegmaken, een kleine innerlijke schreeuw. Tot het ineens tevoorschijn komt… opgevouwen in het binnenzakje van het windjack. Klassiek.
Het ontbijt dat je verraadt
Het hotel had een vorstelijk buffet beloofd: brood, fruit, kwark, kaas, vleeswaren, eieren. Maar aangekomen in de ontbijtzaal vraag je je af waarom er alleen kidneybonen, uitgebakken bacon en appelmoes staan. En om 6.10 uur is het enige wat je te horen krijgt van de serveerster: «Het stokbrood komt over 25 minuten.» Nou… dat begint alvast goed.
Drie veiligheidsspelden… geen vier
Drie spelden zijn prima. Maar vier zijn beter. Het startnummer moet 42 kilometer en 195 meter blijven zitten, dus dat moet goed vastzitten. «Hallo, sorry, zou ik misschien een veiligheidsspeld van u mogen lenen? Eentje maar?»
Een eindeloze rij voor de toiletten
Het is vreselijk, elk jaar hetzelfde: er zijn nooit genoeg toiletten. Een eindeloze rij voor de wc, met het gevoel dat er geen centimeter beweging in zit. En natuurlijk is er altijd wel iemand die nog nodigere haast heeft: «Sorry, mag ik er even langs? Het is dringend.» Vertaling: «Ik heb gisteravond niets gegeten, maar vanochtend wel twee koppen koffie gedronken.»
Te laat voor het startvak
Volgens de planning had je ruim de tijd om bij de start te komen… maar daarbij waren de omweg naar de bagageafgifte en de rij voor het derde plasrondje voor de zekerheid niet meegerekend. Het startvak sluit om 7.50 uur. Het is 7.57 uur. Nu wordt het wel heel krap.
De oortjes… leeg
Bluetooth weigert verbinding te maken. Spotify blijft eindeloos laden omdat het bereik tekortschiet. Je plan om op 42 strak getimede beats per minuut te lopen, is een pijnlijke dood gestorven. De enige soundtrack die je nog overhoudt, is het gekrijs van je quadriceps.
Kortom: ja, de wekker kan veel te vroeg gaan, de toiletten kunnen schaars zijn en het ontbijt ronduit twijfelachtig… Maar ook dat is de magie van de marathon: een uitgekiende mix van discipline, milde waanzin en onverwachte problemen. Nog vóór je één kilometer hebt gelopen, heeft de marathon je al getest: je kalmte, je organisatietalent, je blaas en soms zelfs je vertrouwen in de mensheid (en in driesterrenhotels). Precies die gecontroleerde chaos maakt de ervaring zo uniek. Want ondanks die verschillende sokken, die boterham met cheddar en die geleende veiligheidsspeld van een onbekende Gerard, sta je er. Je hebt de moeilijkste lijn van de dag gepasseerd: de startlijn. Haal nu maar eens diep adem… Zet ’m op en veel succes.