Lage-intensiteitstraining: een ode aan langzaam lopen
No pain, no gain. Als je niet afziet, boek je geen vooruitgang. Toch? Wat als rustig lopen, zonder bij elke pas het gevoel te hebben dat je longen en kuiten het begeven, net zo belangrijk is als voluit gaan? Alles over die al te vaak vergeten lage intensiteit.
Vooroordelen zijn net zo hardnekkig als je voeten na duizenden trainingskilometers. Een veelgehoord idee is dat een rustige training niets oplevert. Niet forceren en niet afzien zou hetzelfde zijn als doelloos rondjes lopen. Maar waarom trainen de grootste kampioenen dan zo vaak volledig ontspannen, met de wind in het gezicht en een glimlach op de lippen? Heel eenvoudig: ze weten dat je een groot deel van je trainingsvolume rustig moet afwerken om beter, langer en sneller te kunnen lopen. In het jargon van de loopsport noemen we die rustige tempo’s ‘basisduurtraining’.
Wat houdt basisduurtraining precies in?
Kort gezegd gaat het om een rustige duurloop waarbij je ademhaling en spieren volledig ontspannen blijven. Concreet betekent dat dat je tijdens het lopen kunt praten zonder naar adem te happen of elke 30 seconden diep te moeten inademen. Je hebt het gevoel dat je urenlang in dit tempo kunt blijven lopen en na afloop nauwelijks vermoeid bent.
Preciezer gezegd komt basisduurtraining overeen met een hartslagzone tussen 60 en 75% van je maximale hartslag en een lactaatwaarde onder 2 mmol per liter bloed. Goed, de kans is klein dat je tijdens het lopen even in je vinger prikt om die bloeddruppel te analyseren. De meeste lopers beschikken inmiddels over een hartslagmeter. Als dat bij jou nog niet zo is, kun je er voor weinig geld een aanschaffen. Toch kent niet iedereen zijn maximale hartslag. De beste graadmeter is waarschijnlijk het gevoel van volledige ontspanning dat we hierboven beschreven.
Let op! Het is makkelijk om ongemerkt over te schakelen naar een steviger duurtempo en net iets te snel te gaan. Je kunt het gevoel hebben dat je moeiteloos loopt, terwijl je tempo in werkelijkheid net te hoog ligt. Alleen trainen maakt dat lastiger te herkennen: je kunt de praatproef dan niet uitvoeren. Een tip: heb je geen loopmaatje bij de hand, zet dan je oortjes in en bel tijdens je training even iemand op.
Waarom is langzaam lopen zo waardevol?
➡️ Reden 1: duidelijke fysiologische voordelen
Bij de inspanningsintensiteit van een rustige duurloop blijft het lactaatniveau, het melkzuur dat door spieren, rode bloedcellen en huid wordt aangemaakt wanneer het lichaam zuurstof tekortkomt, stabiel en vrij laag: de spieren en het bloed verzuren niet sterk omdat de geproduceerde hoeveelheid melkzuur klein genoeg is om te worden afgevoerd.
Wanneer de intensiteit laag ligt, rond 60% van je maximale hartslag, en de eerste tientallen minuten voorbij zijn, schakelt je energiesysteem over. Je verlaat de koolhydraatverbranding, waarbij koolhydraten als brandstof dienen, en gaat over op vetverbranding, waarbij je vetreserves worden aangesproken. Hoe vaker je rustige duurlopen doet, hoe beter je lichaam in staat is om al vroeg en intensief vetten af te breken. Dat is mooi meegenomen als je vetmassa wilt verliezen en sterker voor de dag wilt komen op lange afstanden.
Bij een iets hogere intensiteit, rond 75% van je maximale hartslag, ontwikkel je andere kwaliteiten: de zuurstoftoevoer naar de spieren en het samentrekkingsvermogen van het hart worden gestimuleerd. Dat verbetert de doorbloeding van de spieren en je cardiovasculaire uithoudingsvermogen, maar ook de vulling van het hart en zijn weerstand tegen inspanning. Spieren die beter van bloed en zuurstof worden voorzien, kunnen meer energie produceren en beter presteren.
➡️ Reden 2: een betere loopeconomie
Rustige duurlopen maken de spieren sterker en de pezen elastischer. Ze bieden ook de kans om aan je loopeconomie te werken: een minder energieverslindende pasfrequentie ontwikkelen, je voetlanding verfijnen en je houding verbeteren. Door tijdens deze ontspannen trainingen aandacht te besteden aan je looptechniek, ontwikkel je automatismen waar je ook bij hogere tempo’s profijt van hebt.
Wie zich op de looptechniek concentreert, blijft bovendien beter in het moment en neemt afstand van de beslommeringen van alledag. Je richt je aandacht op je gevoelens en waarnemingen: je lichaam in de ruimte, de positie van je armen, je ademritme, de lucht langs je gezicht, de geluiden om je heen… Lopen is een uitstekende manier om stress te bestrijden en ondertussen, zonder dat je het doorhebt, mindfulness te beoefenen.
Hoe pak je dat concreet aan?
👉 Ben je beginner, of kom je terug van een blessure of trainingsonderbreking:
Bijna al je trainingen moeten in een rustig duurtempo plaatsvinden. Het doel is steeds langer te lopen, niet steeds sneller, zodat je lichaam de tijd krijgt om zich aan te passen aan de biomechanische en fysiologische belasting van het hardlopen. Af en toe kun je een korte intervaltraining zoals 30/30 doen, met 30 seconden snel lopen gevolgd door 30 seconden herstel, maar pas nadat je de training meerdere weken geleidelijk hebt hervat.
👉 Loop je regelmatig, twee tot drie keer per week:
Twee derde van je training moet je in een rustig duurtempo afwerken. Het resterende derde deel bestaat uit hogere intensiteiten. Loop je drie keer per week, dan plan je dus twee rustige duurlopen en één intervaltraining.
👉 Loop je al jaren en zeer regelmatig:
Rustige duurtraining hoort een vast onderdeel van je trainingsschema te zijn. Je past die voortdurend toe: als warming-up voor een intensieve training, tijdens de cooling-down na een intervaltraining, bij een herstelduurloop tussen twee zware sessies of tijdens lange duurlopen. Ook voor jou blijft de ‘regel’ gelden dat 75% van je trainingsvolume in een rustig duurtempo moet worden afgewerkt.
Marathonkalender Frankrijk, hier.