De types lopers die je tijdens een marathon tegenkomt

AD
Door Alanis Duc

Gepubliceerd op wo 9 september 2026

Bijgewerkt op wo 9 september 2026

De types lopers die je tijdens een marathon tegenkomt

Met soms duizenden lopers aan de start van een marathon krijg je een bont gezelschap voorgeschoteld. Een marathon is meer dan een wedstrijd: 42,195 kilometer lang brengt hij de meest uiteenlopende profielen samen. Van de eliteloper tot de warrior die het onmogelijke aankan en de toerist die zonder ook maar één training aan de start verschijnt. Al die types vormen samen een fascinerend ecosysteem dat eigen is aan de marathon. Kortom, liep je ooit een marathon, dan ben je ongetwijfeld een van hen tegengekomen. En als dat niet zo is, komt dat waarschijnlijk doordat jij zelf zo’n loper bent.

De vallende ster die op kilometer 30 ontploft

Je spot hem meteen bij de start. Gespierde kuiten, een outfit van topniveau en schoenen met de nieuwste technologie. Jij weet het, je buurman weet het, iedereen weet het: hij gaat een belachelijk snelle tijd lopen. En een belachelijk snelle tijd betekent natuurlijk een belachelijk hoog tempo. Hij staat in hetzelfde startvak als jij, jawel, dat van 4.30 uur, maar hij heeft hier niets te zoeken want hij is, ik citeer, “in de vorm van zijn leven”. De vallende ster gaat, zoals zijn naam al zegt, als een speer. Uiteraard zie je hem na twee kilometer al niet meer. De ster schittert, de ster vliegt… recht de muur in. En ja hoor, op kilometer 30 kom je hem weer tegen, in stabiele zijligging en in onderhandeling met zijn ziel om de finish te halen.

De uitrustingsprutser

Op het eerste gezicht zou je hem kunnen verwarren met de vallende ster. Hoe dichter je bij dit fenomeen komt, ja, met die look mag je gerust van een fenomeen spreken, hoe duidelijker het wordt dat het niet om de vallende ster gaat, maar om de uitrustingsprutser. De uitrustingsprutser schittert in de zon omdat zijn uitrusting het neusje van de zalm is. Van top tot teen, hij is er klaar voor. De nieuwste carbon schoenen van 400 euro, want ik citeer: “Volgens een studie leveren ze je drie minuten winst op de marathon”. Het probleem: als je ze voor het eerst tijdens een wedstrijd draagt, leveren ze vooral blaren en een peesontsteking op. Compressiekousen voor de stijl, want niemand weet eigenlijk waarvoor ze dienen of hoe ze werken. Een ultratechnisch shirt dat uiteraard bij zijn carbon schoenen past, om de illusie van een sponsordeal te wekken. Een gps-horloge waarmee je een satelliet zou kunnen besturen, inclusief VO2max-meting, berekening van de verticale oscillatie en karma-analyse. Een ultralichte zonnebril, zelfs bij slecht weer. En ten slotte een astronomische hoeveelheid energiegels. Genoeg om een ultra vol te houden, maar niet genoeg om te voorkomen dat hij op kilometer 27 in een hypo belandt. Een state-of-the-art uitrusting ter waarde van drie keer jouw salaris, om uiteindelijk wandelend te finishen. Knap gedaan, kampioen.

De influencer

Zie je hem al aankomen, die kerel aan de start die alles zonder uitzondering filmt? Minstens drie reels met een wedstrijdverslag achteraf. Om het hele verslag uit te kijken heb je ongeveer twee lunchpauzes nodig. De influencer is hier niet om een marathon te lopen. Nee, hij staat aan de start om een inspirerend verhaal te vertellen. Hij heeft duizenden volgers, in werkelijkheid waarschijnlijk een kleine honderd, en deelt zijn volledige wedstrijd live met zijn #community. Eén advies: blijf uit de buurt van de influencer als je niet na twintig minuten volledig gek wilt worden. Want op elke kilometer hoor je zijn zwoele stem: “Vrienden, kilometer 25, nog altijd in vuur en vlam! We geven niet op, het doel is genieten!

Usain Bolt

Moeilijk te herkennen aan de start of langs het parcours. Usain Bolt is een doorsnee loper die zijn marathon ondergaat. Na 30 kilometer wisselt hij wandelen en lopen af, neemt hij bij elke bevoorrading tien minuten pauze en overweegt hij zelfs een Uber te bellen. Eigenlijk komt Usain Bolt pas aan het einde van de wedstrijd tot leven. Terwijl hij volledig uitgeput lijkt, verbeten vecht tegen de pijn en vermoeidheid, neemt een mystieke kracht bezit van hem. In de verte doemt de finishboog op. Het publiek, massaal toegestroomd om de overlevenden van de wedstrijd aan te moedigen, juicht de lopers toe. De speaker schreeuwt al meer dan vier uur in zijn microfoon om iedereen in de laatste meters te motiveren. Usain Bolt richt zich op. Usain Bolt verlengt zijn pas. Usain Bolt schakelt de turbo in zonder enige reden. In een oogwenk verandert hij van “overlever van de muur op kilometer 30” in “olympische finalist op de 100 meter”. Hij haalt je in zonder een blik of een woord. Bolt heft zijn armen bij het overschrijden van de finishlijn. De kers op de taart.

De elite, die je dus nooit tegenkomt

Laten we eerlijk zijn: je komt hem maar één keer tegen. Op dat moment stapt hij van het podium terwijl jij probeert genoeg energie te verzamelen om op te staan uit de finishzone. Hij is gedoucht, heeft zijn tien kilometer rustige hersteltraining al afgewerkt, uiteraard sneller dan jouw wedstrijdtempo, en heeft tientallen vragen van de internationale pers beantwoord. De winnaar van de dag zal ook nog vertellen dat dit een laatste voorbereidingswedstrijd voor de Olympische Spelen was. Daarna vertrekt hij richting luchthaven. Morgen begint een trainingsstage van vier weken in Iten, Kenia.

De onverwoestbare veteraan

Daar staat hij dan, ontspannen, met dezelfde schoenen als tijdens zijn eerste marathon, inmiddels… 40 jaar geleden. Geen overbodige uitrusting, geen warming-up, hooguit een paar mobiliteitsoefeningen. Zijn short en T-shirt, die door jarenlang zonnen allang hun kleur verloren hebben, hebben waarschijnlijk meer marathonervaring dan jij. Het is zondag en Michel, 65 jaar, is er voor zijn zondagse wandeling. Uiteraard is je doel als 34-jarige loper veranderd sinds je Michel in jouw startvak hebt zien staan. Voor hem finishen. Terwijl je in de eerste kilometers naar adem hapt en je tempo probeert te doseren, blijft Michel rustig. Halfopen mond, ontspannen houding, “op reserve”, zoals hij het noemt. Wanneer jij op kilometer 30 tegen de muur loopt, staat Michel met de vrijwilligers te kletsen: “Ach, marathons van tegenwoordig zijn niet meer zoals vroeger! In de jaren 80 was er maar één bevoorrading, en daar stond rode wijn!” Wat daarna volgt, is een ware les in nederigheid. Net wanneer je denkt dat Michel vermoeid begint te raken, blijkt niets minder waar. De oude rot vertraagt niet alleen niet, hij versnelt zelfs. Aan de finish bekent hij dat hij af en toe wat jogt, terwijl jij twaalf weken lang een militaire training hebt gevolgd. Ja, Michel is onverwoestbaar.

De praatjesmaker

Als er één loper is die geen gevoel voor inspanning heeft, dan is hij het wel. Terwijl driekwart van het deelnemersveld worstelt om deze marathon tot een goed einde te brengen, ratelt de praatjesmaker maar door. In de massa hoor je hem voordat je hem ziet. Terwijl jij wanhopig je ademhaling probeert te controleren, geeft de praatjesmaker een uitgebreide lezing over zijn laatste reis naar Tanzania. 42,195 kilometer lang krijg je zijn volledige Afrikaanse reisverslag te horen. Een paar keer probeer je te antwoorden, met steeds duidelijker tekenen van uitputting. Hij merkt geen enkel noodsignaal op en gaat gewoon verder: “Ben jij al eens in Afrika geweest? Nee? Want moet je horen, ik…” En daar gaat hij weer. Het zal je niet verbazen dat hij nooit stopt. De apotheose volgt aan de finish, wanneer hij zegt: “Wat was deze marathon samen geweldig! Zullen we dit snel nog eens doen?

De eeuwig geblesseerde

De lijst is lang, zelfs eindeloos. Ja, we hebben het over de lijst met zijn lichamelijke kwaaltjes van de afgelopen zes maanden. Een contractuur die al weken aansleept, een peesontsteking na een intervaltraining, een rug die volledig naar de knoppen is… Elke spier komt aan bod. Kortom, hij had hier nooit mogen staan en staat op het punt af te zeggen, maar hij probeert het toch. Natuurlijk toon je medeleven: “Wauw… Respect, maar zorg toch goed voor jezelf!” Je herkent hem aan de beroemde veelkleurige tape die overal op zijn benen zit. Je weet niet meer of het carnaval is of de marathon van het jaar. Je start samen met hem, maar verwacht niet dat je hem op kilometer 10 nog met een lichte tred zult zien. Op kilometer 15 versnelt hij, loopt hij bij je weg en ben je hem tegen kilometer 25 volledig kwijt. Bij de finish wacht hij je op met de mededeling dat het “uiteindelijk toch goed ging en hij ook nog een persoonlijk record heeft gelopen!” Wat een bedrieger.

De voortvluchtige uit het elitevak

Daar is onze kampioen. Met een vastberaden blik staat hij helemaal vooraan, tussen de echte elitelopers. Je zou denken dat hij bij de grote jongens hoort, maar jij weet wel beter. Zijn viercijferige startnummer bevestigt het: hij heeft hier niets te zoeken. Een fout bij de inschrijving, een gewaagde gok of gewoon overmoed, niemand weet waarom hij in dit startvak terecht is gekomen. Het startschot klinkt en de elite vertrekt met een waanzinnige snelheid. De voortvluchtige uit het elitevak probeert te volgen, een poging die na 500 meter eindigt. Zijn gezichtskleur verandert razendsnel. Eerst wordt hij rood, daarna al na een paar kilometer lijkbleek. De elitelopers zijn al lang uit het zicht verdwenen. Hij moet vertragen, wordt ingehaald en vertraagt nog verder. Logisch, als je vanaf de start al diep in het rood bent gegaan. Op dat moment is hij geen eliteloper meer, maar onze wereldkampioen stommiteit. Volgend jaar mikt hij op een geschikter startvak… Tenminste, dat hopen we.

De blotevoetenloper

Hier valt weinig aan toe te voegen. Je herkent hem meteen in het deelnemersveld, omdat hij om een volstrekt onduidelijke reden heeft besloten op blote voeten te lopen. Een uiterst minimalistisch type loper. Een licht singlet, een losse short en eventueel een pet bij extreme hitte. Gels, drinken, water, gps-horloge? Nee hoor, helemaal niets van dat alles. Het ergste is nog dat hij sneller loopt dan jij en je carbon schoenen ter waarde van een minimumloon.

Jij

Misschien herken je jezelf vandaag niet in een van deze types lopers, of vink je juist alle vakjes aan. Kortom, waarschijnlijk ben je net als iedereen de ploeteraar.